Zappa: iedereen een uniform

geplaatst in: de mens, Filosofie, Muziek, Popzinnen | 2

(23 dec 2017, In de serie popmuziek en filosofie)

Vroeger kende ik een jongen die erg goed kon nadoen wat popsterren zeiden tussen de songs door. Opmerkingen die ze maakten tegen het publiek, of ook wel tegen elkaar. De nummers kenden we allemaal wel, en omdat we de platen grijs draaiden leerden we niet alleen de songvolgorde maar ook het gebabbel tussendoor en passant uit ons hoofd. Bijvoorbeeld als Mick Jagger op Get yer ya ya’s out (live opname van de Stones) na één nummer meldt dat de knopen van zijn broek zijn gesprongen en dat ie hoopt dat die niet van zijn kont zal vallen. Treiterend voegt hij eraan toe:‘You don’t want my trousers to pull down, now do ya?’ Waarop de zaal in Madison Square Garden met een verlekkerd ‘ja’ reageert. Of hoe Paul Simon met een wat slijmerige stem uitlegt dat er geen vuurwerk mag worden afgestoken op het concert in Central Park, dus ‘let’s make our own fireworks.’ Zulke popcitaten kende de jongen uit zijn hoofd en ook kon hij de bijbehorende stemmen van de popsterren goed nadoen. Een goede act voor op feestjes. Waar andere generaties elkaar amuseerden met verbasterde citaten van Sartre, Dostoievsky of uit de Bijbel, deden wij het met live-zinnetjes van de popgoden.

De mooiste zin uit deze verzameling die ik ken is een filosofische, en hij hoorde zeker ook tot het repertoire van de imitator. Niet toevallig is hij afkomstig van Frank Zappa, de filosoof/criticus/cabaretier onder de popmuzikanten, en daarnaast natuurlijk een geniale componist, gitarist en bandleider: ‘Everybody in this room is wearing a uniform and don’t kid yourselves’, zegt hij tussen twee stukken live muziek in tegen een volle zaal waar iemand onverstaanbaar staat te schreeuwen. (‘Iedereen hier heeft een uniform aan en maak jezelf niets wijs’.) Het staat op de elpee Burnt Weeny Sandwich uit 1970, vlak voor de toegift.

Destijds verhinderde de geluidskwaliteit van mijn armoedige installatie dat ik veel meer kon horen dan dat ene zinnetje, de aanleiding had ik nooit goed meegekregen. Maar op het internet is de complete dialoog te vinden. Dit speelt aan het eind van een concert in Engeland van Zappa’s Mothers of Invention, als de zaal voor het slotapplaus is gaan staan. Zappa zegt dat als ze stil zijn en gaan zitten de band een toegift zal spelen en een suppoost vraagt de mensen hun plaats weer in te nemen. Prompt begint een man in de zaal tekeer te gaan tegen de suppoost: “haal die man weg! Trek dat uniform uit!” Wat doet die man daar met een uniform? Kom op, man, uniformen dat kan niet! – uitgeschreeuwd sixties’ gedachtengoed, typerend voor de tijd van de antiautoritaire revolte en protest tegen alles dat ook maar zweemde naar het gehate militaire apparaat. Het uniform stond symbool voor autoriteit en volgzaamheid. De zaal lacht wat mee met deze opstand tegen het uniform, tot de meester er zelf een eind aan maakt: ’houd jezelf niet voor de gek, jullie hebben ook allemaal een uniform aan’. Scherp en cool, zoals hij was, neemt Zappa afstand van zijn eigen publiek.

Letterlijk genomen, materieel, had Zappa ongetwijfeld gelijk. Het publiek dat hij voor zich had zal grotendeels uit langharige jongeren hebben bestaan. De hippies en hippie-achtigen van die tijd waren uiterlijk erg herkenbaar: lang haar, spijkerbroek en –jasje, korte rok over blote benen, kleurige indiasjawls en –blouses, dat was het uniform. Maar de echte pijn van zijn opmerking ligt op geestelijk gebied. Dit publiek, waar ik zelf op afstand ook bij hoorde, dacht nu juist van zichzelf dat het non-conformistisch was. Het tegendeel van uniform. We meenden dat wij in elk geval in gedachten vrij waren en zeker niet blind achter de een of andere leider aanliepen (behalve achter Zappa en de zijnen dan, maar dat telde niet). Maar ook het non-conformisme was natuurlijk een mode, het was zelfs een hype, waar je je maar met moeite aan kon onttrekken. Dat pepert het zinnetje ons in. Terwijl allen denken non-conformist te zijn, zijn ze het intussen wel allemaal en tegelijkertijd. Zo gezien is dit concertmoment de tegenpool van de beroemde scène uit Monty Python’s Life of Brian, waar de onwillige messias Brian zijn aanbidders voorhoudt dat ze allemaal echt heel verschillende individuen zijn. Hier denkt het publiek dit zelf en wrijft Zappa ze de waarheid onder de neus; jullie zijn en doen eigenlijk allemaal hetzelfde, in een non-conformistisch uniform.

Aan Zappa’s wijze grap moet ik in onze tijd regelmatig denken. Wanneer bij een concert of andere gebeurtenis (kinderfeestje! incident op straat!) zo snel mogelijk de smartphone de lucht in wordt gestoken, door zoveel mogelijk aanwezigen. Als in het openbare leven (tram, bus, tramhalte) of zelfs in het Rijksmuseum iedereen op een beeldschermpje zit te turen. De wereld van individuele vrijheid heeft de smartphone als materiëel uniform. Maar ook de geestelijke variant duikt geregeld op: bijvoorbeeld in de MeToo-discussies op Facebook, waar men zich haast om het zo snel mogelijk gloeiend met elkaar eens te zijn. Of juist oneens en de anderen te verketteren of verdacht te maken. In politieke ‘discussies’ op internet heerst vaak een zelfde tweedeling, grofweg die tussen ‘linkse gekkies’ en ‘rechtse racisten’. In deze zaal zijn slechts twee uniformen beschikbaar en het lijkt er vooral om te gaan zo snel mogelijk één ervan aan te trekken, zodat tenminste duidelijk is waar jij staat en bij wie jij hoort. In al ons vrije individualisme hebben we nog steeds grote behoefte bij een groep te horen. Het zou niet zo erg zijn als we het niet tegelijkertijd ontkenden.

Wie denkt er nog rigoureus voor zichzelf en weigert elk meningsuniform aan te trekken? En durft daar ook nog voor uit te komen? Dat is natuurlijk Zappa’s eigen houding, die van ironische spotvogel en criticaster. Hij zou er ongetwijfeld op wijzen dat dat op den duur ook een uniform wordt: de eeuwige buitenstaander. Telkens weer dat uniform dat we niet zomaar uit kunnen trekken. Laten we het meenemen als kerstgedachte: denk eens na over je eigen uniform en vooral: maak jezelf niets wijs.

The Mothers of Invention  Burnt Weeny Sandwich (1970), na ‘Little house I used to live in’
The Rolling Stones  Get yer ya ya’s out  (1970), na ‘Jumpin’ Jack Flash’
Simon and Garfunkel  Live in Central Park (1981),  na ‘The sound of silence’

2 reacties

  1. Ate de Jong

    Beste Jurrien;

    Ik las net je laatste column/blog over Zappa. Het geniale van dat moment is dat de man doorgaat met schreeuwen nadat Zappa in de mike zei “We’re all wearing a uniform and don’t kid yourself” na applaus van het publiek gaat de schreeuwer dus door, en dan zegt Zappa “Stop it, you’ll hurt your throat!”

    Tenminste zo herinner ik het me. Ik zal het nagaan, naluisteren, maar dat laatste, het puur menselijke en daarmee het intellectuele overstijgend, was werkelijk briljant.

    Always
    Ate de Jong

    • Jurriën Rood

      Hi Ate, dank je voor de aanvulling. Klopt, de man schreeuwt nog even door, onverstaanbaar. (Zie: https://www.azlyrics.com/lyrics/frankzappa/thelittlehouseiusedtolivein.html) Hij lijkt in elk geval niet erg onder de indruk van Zappa’s scherpe opmerking over uniformen. Ik heb Z.’s laatste reactie dan ook wat cynischer opgevat dan jij, maar je kan het zeker ook anders uitleggen. Het lijkt wel bijbelinterpretatie :), ‘uitspraken van de pophelden uitgelegd en van verschillende betekenissen voorzien’. Heb je misschien nog één popcitaat, voor de verzameling?