
(27 juni 2026) Omdat het WK voetbal tegen alle verwachting in tot nu toe eigenlijk leuker en speelser, én ook beter bezocht is, dan we vooraf hadden durven denken, ga ik nu niet mekkeren over de cliché’s in de berichtgeving (“Nu gaat het toernooi pas echt beginnen”) of over aperte fouten van de scheidsrechters die inmiddels zelf electronisch gecontroleerd en gecorrigeerd worden, en zelfs niet over het gruwelijke organiserende bedrijf dat zich zo diep heeft ingelikt bij een nog veel gruwelijker president van het belangrijkste organiserende land – nee, tegen mijn gewoonte in wilde ik eens een positieve blik werpen op een nogal onderbelichte kant van dit internationale treffen. De Volksliederen.
Ze worden bij aanvang uitvoerig gespeeld en (meestal) ook meegezongen door de spelers die vol adrenaline plus zenuwen hun hoofd er niet goed bij hebben. Is ook niet nodig: een volkslied zing je als vanzelf mee, op de automatische piloot. Maar wat zingen ze daar eigenlijk? Mijns inziens laten de FIFA en alle zwaar betalende tv-zenders van over de hele wereld hier een uitgelezen kans liggen voor een interessante dienstverlening en een klein onderzoekje naar hoe chauvinistisch nationalisme verpakt wordt in maar liefst 46 landen verspreid over de aardbol. Hoe? Eenvoudig: Door die volksliederen te ondertitelen. Zodat we al lezend mee kunnen leven met de stoer zingende koppen; niet dat zij op dat moment erg verdiept zijn in de werkelijke betekenis van die zinnen, maar wij kunnen daar wel bij stil staan en de gezongen teksten van de verschillende naties vergelijken. En zo enig inzicht krijgen in wat die vertellen over geschiedenis en mentaliteit van het land erachter.
Ik doe een voorzet, aan de hand van de volksliederen van de tegenstanders van NEDERLAND tot nog toe.
Van ons eigen volkslied hoef ik de absurditeit van de tekst nauwelijks toe te lichten: melodieus en gedragen meldt een ikfiguur (Wilhelmus) allereerst dat hij van Duitsen bloed is – huh? hoe zouden buitenlanders hier naar kijken en luisteren, hoe kijken we er zelf (niet) naar, al slaapwandelend door dit lied? De enig bruikbare nationalistische zin komt daarna:
Den vaderland getrouwe ben ik tot in den doet
Ook is hij, zijn wij allemaal als zangers, een prins van Oranje; oké, dat is nog wel te verwerken. Om vervolgens in een aanzwellend dramatische climax vast te stellen dat wij de Kohohohoning van Spanje altijd geëerd hebben. Eh, om welk land gaat het hier eigenlijk? Het is het nieuws van de 16e eeuw uitgezongen in de 21e, Wim Schippers had het nauwelijks beter kunnen bedenken. Welke nationale eigenschap komt hier eventueel uit tevoorschijn? Ironie, denk ik, in dikke plakken. Zelfspot misschien. Ongeveer het tegendeel van onversneden nationalisme.
Nee, dan JAPAN. Dat heeft het oudste volkslied ter wereld en ook een der kortste, slechts iets langer dan een minuut. De poëtische tekst van Kimigayo stamt al uit het eerste millennium en laat weinig ruimte voor twijfel aan zijn bedoeling. Langzaam, gedragen en dramatisch klinkt:
Moge Uw (keizers) regering duizend jaar duren,
voor achtduizend generaties.
Totdat stenen rotsen worden, welke bedekt zijn met mos.
Toen Japan na de oorlog van een autocratisch keizerrijk veranderde in een parlementaire democratie raakte dit onversneden traditioneel-nationalistische lied in onbruik, geassocieerd als het werd met een krijgszuchtig regime dat tot de bom op Hiroshima had geleid. Rond de eeuwwisseling werd het toch weer in ere hersteld als officieel volkslied, al is de Japanse keizer allang niet meer almachtig en zijn de Japanse regeringen slechts een paar jaar in ambt. (Nederland speelde wat ongelukkig gelijk: 2-2)
ZWEDEN zingt al sinds de negentiende eeuw ‘Du gamla, du fria’, een pure ode aan het vaderland:
U oude, U vrije, U bergachtige noorden.
U stille, U vreugderijke schone!
Ik groet U, lieflijkste land op Aarde.
Even verderop komt men ter zake:
ja, ik wil leven en sterven in het Noorden (herh)
Gevolgd door (al komen ze er voor een wedstrijd niet meer aan toe):
U wil ik steeds dienen, mijn geliefde land,
U zweer ik trouw tot aan mijn dood.
Met God zal ik vechten voor huis en haard,
Maar dit is wel wat je van een volkslied voor een voetbalwedstrijd verwacht: geen onderworpen gehoorzaamheid, maar liefde en strijdlust, gezet op een opera-achtige melodie waarin de pathos aanzwelt. (Nederland won met 5-1)
TUNESIË heeft met ‘Humat al Hima’, ofwel Verdedigers van het Vaderland, een vrij recent volkslied, uit de 20e eeuw. Een opgewekte militaire mars klinkt:
O verdedigers van het Vaderland!
Kijk naar onze glorietijd!
Het bloed stroomt door onze aderen,
We sterven voor ons land.
De nationalistische strijdlust puur wordt verderop nog aangevuld:
Laat bliksemballen regenen met vuur (..)
Geen plek voor verraders in Tunesië,
Alleen voor degenen die haar verdedigen!
(Nederland won eenvoudig met 3-1)
Enkele van de bovenstaande teksten kunnen prima dienen als illustratie van de fameuze uitspraak van trainer Rinus Michels: ‘voetbal is oorlog’. Maar eigenlijk drukken ze uit dat nationalisme en oorlog vlak naast elkaar liggen. Gelukkig heeft die oorlog zich inmiddels verplaatst van de loopgravenmodder naar een grasveld waar de VAR alles in de gaten houdt. Geen slechte ontwikkeling, daar moeten we de FIFA en zijn verschrikkelijke chef dan toch dankbaar voor zijn.
Als toegift nog even MAROKKO, onze geduchte tegenstander over een paar dagen. Hun Hymne Cherifien is de jongste van alle hier besprokene, en ook de meest uitgesproken lofzang op het eigen land. Luister maar:
Fontein van vrijheid, bron van licht
Waar soevereiniteit en veiligheid elkaar treffen
Moge altijd samengaan in veiligheid en soevereiniteit
Op een mooie, vrije snelle melodie die me met zijn melancholieke ondertoon onweerstaanbaar doet denken aan een Russisch partizanenlied. Echter, hier gaat het nu eens niet om vechten, maar om het pure genot een eigen land te hebben. Het lied werd dan ook gemaakt ter gelegenheid van de Marokkaanse onafhankelijkheid (van Frankrijk) in 1956. Erg fraai vind ik deze zin:
Wij roepen tegen de wereld dat wij hier zullen leven
Waarna nog eens trouw gezworen wordt aan God, het Vaderland en de Koning. Van de hier genoemde roep ik het Marokkaanse tot winnaar uit van dit kleine volksliedsongfestival. Wat natuurlijk nog helemaal niets zegt over de wedstrijd van maandagnacht. En ook zeker niet betekent dat de Marokkaanse Hymne het kan opnemen tegen Frankrijk (Marseillaise) of Engeland (God save the King) dan wel Duitsland (Beethoven!) – dat blijft een open vraag voor een volgende keer.
!PS: Mijn nieuwe boek Wat zingen ze nou? is nog volop verkrijgbaar. Daar gaat het over popmuziek: korte stukken over hoe popteksten en losse popzinnen zich door de jaren heen als levenswijsheid in je hoofd vestigen. Als jullie nu allemaal nog even een exemplaar kopen kan ik misschien een vervolg schrijven, over de ‘wijsheden’ van volksliedteksten.


Geef een reactie