In de jazz-tijdmachine; een beeldverhaal

geplaatst in: Kunst, Muziek | 0

(24 dec 2018)  Dit verhaal begint met een prijsuitreiking. Jasper van ’t Hof is een virtuoze Nederlandse jazzpianist met een internationale carrière die zich dwars door de genres beweegt, van free jazz via wereldmuziek naar soloconcerten op piano of kerkorgel. Deze maand kreeg hij (eindelijk) zijn Nederlandse erkenning in de vorm van de jaarlijkse Buma Boy Edgarprijs, uitgereikt in het Bimhuis. Ik ken hem een beetje van het jazzfestival in Dresden, waar ik na een optreden met hem in gesprek raakte, Nederlanders in het buitenland. Ik vertelde dat ik hem heel lang geleden al eens had zien spelen, als sideman van de grote Archie Shepp. En dat ik me nog goed herinnerde hoe Shepp hem introduceerde: ‘Brother Jazper from the Netherlands’.

Ik moet daar toch nog foto’s van hebben, dacht ik. Zwart-wit foto’s van meer dan veertig jaar geleden. Ik vond ze niet, alleen de negatieven. Keurig in strookjes geknipt, in vetvrij papier bewaard en in een map gedaan, met de plaats van opname erbij. Hoe lang had die map liggen wachten tot iemand er eens in keek?

Archie Shepp quartet met Jasper van ’t Hof, foto: Jurriën Rood

Het was de zomer van 1973, in Chateauvallon, Zuid-Frankrijk. Een amfitheater met uitzicht op zee, een jazzfestival van ruim een week met grote namen uit de Amerikaanse jazz. Behalve mijn toenmalige held Shepp, protégé van Coltrane en één van diens kroonprinsen op de sax, maakten ook Sonny Rollins, Max Roach, Jackie MacLean, Cecil Taylor, Weather Report en nog wat anderen hun opwachting. Er had iets over in de krant gestaan, studenten konden voor weinig geld een passepartout krijgen, inclusief verblijf op de universiteitscampus en maaltijden. Dat werd mijn vakantie, als 18-jarige. Ik ging in het gezelschap van een vriend van een vriend die ook van jazz hield. Ik had er één jaar filmacademie op zitten en kreeg voor de gelegenheid van een bevriende student diens (foto)camera te leen! Een echte Asahi Pentax spiegelreflex, licht en prachtig, destijds een ware schat.

Starend naar de negatieven hoopte ik maar dat ik ook de pianist gefotografeerd had. Eén beeld herkende ik: Shepp close met bassist Donald Garrett op de achtergrond. Daar had ik een print van gemaakt, die heeft nog bij me aan de muur gehangen. Maar waarom had ik geen afdrukken van alle jazzfoto’s, of op zijn minst een contactsheet? Het zal te maken hebben gehad met de ‘dunne’ negatieven; alles ’s avonds gefotografeerd zonder flits, op gevoelige Tri-X film. Dat levert donkere plaatjes op en bij het handmatig afdrukken moest je de belichtingstijd heel precies in de hand houden, anders werd het helemaal zwart. Een monnikenwerkje waar ik niet steeds zin in had. Weggelegd, vergeten.

Dankzij de digitale scans bleek dat ik ‘brother Jazper’ wel degelijk in beeld had genomen. Een dunne jongeman met lang blond haar, een opvallende verschijning tussen alle donkere muzikanten. Maar vooral had ik hem op een bijzonder moment gefotografeerd. Archie Shepp zit zelf aan de piano. Jasper staat erbij en kijkt ernaar, zonder instrument. Wat vindt hij ervan?

Kijkend naar de prints realiseerde ik me dat ik sindsdien een enorme zooi concerten heb bijgewoond, waaronder heel veel jazz-, en ook behoorlijk wat Shepp-concerten. Maar eigenlijk heb ik nooit meer gezien dat de ene muzikant het instrument van de ander gaat bespelen, waarbij deze werkloos moet toekijken – behalve misschien als komische act. Vreemd.

‘Op een gegeven moment had ik er genoeg van’, zegt Jasper van ’t Hof, als hij de foto’s ziet. Hij herinnert zich de plek en het concert onmiddellijk. ‘Ik ben toen maar naar Archie’s sax gewandeld, dat vond hij helemaal niks en toen was het snel klaar’. Vaag kan ik me herinneren dat wij, jonge jazzliefhebbers, nog geklapt hebben voor die actie van Jasper. Betekende het ook het eind van het concert? Weet ik niet meer.

‘Het hele concert staat op YouTube’ zegt Frank Jochemsen, jazzkenner en presentator van de prijsuitreiking. Dat wil ik zien. En inderdaad, maar het blijkt lang niet het hele concert te zijn. De bewaarde registratie duurt slechts een half uur. We zien Shepp alleen tenor spelen, geen sopraan. En juist de episode met Shepp aan de piano terwijl Jasper moet toekijken, zit er niet in. Maar het einde van het concert betekende het niet, want dat is hier wel te zien. In de vorm van een toegift.

Door deze beelden herinner ik me ineens veel meer van die avond: wij, het jonge jazzpubliek, waren van de tribune omlaag gekomen en rondom het podium gaan zitten. Uit protest, zoals veel in die dagen in het teken stond van protest. We hadden last van lampen die op het publiek gericht stonden, vanwege de tv-opnames. We scandeerden: ‘á bas, le pro jaune!’ (weg met de gele schijnwerper!). En we namen plaats aan de voeten van de muzikanten.

 

De registratie zal het laatste stuk van het concert zijn, of zit daar toch een knip? In elk geval bevat het een solo van van ’t Hof terwijl Shepp een sigaret rookt (10 min). En Shepp die vreemd opkijkt van Jaspers invallen (19’10). Wat speelt hier aan onuitgesproken hiërarchie? Ook komt herhaaldelijk en uitgebreid het publiek in beeld. Ik kan de verleiding niet weerstaan om als een detective naar mezelf te gaan speuren, met het perspectief van mijn eigen foto’s als leidraad om mijn zitplaats te lokaliseren. Maar ik ben buiten beeld.

Overduidelijk was ik niet de enige die daar foto’s maakte en lang niet de brutaalste. Alle fotografen werken zonder flits, wat het minder opdringerig maakt. Wat je hier niet hoort, maar vaak wèl tijdens de concerten, is de tik van de spiegel die telkens omhoog klapte bij het afdrukken. (Ook daarom was de Pentax zo goed: hij had een zachtere klap dan zijn concurrenten.)

Als toegift gaat Shepp solo aan de piano zitten en speelt een vrije versie van Round Midnight. Zijn saxen zijn ingepakt, de tenorkoffer ligt zelfs ín de vleugel! Dit weet ik nog: we stonden allemaal óp het podium, of zaten in kleermakerszit vlak om de piano heen, als om een kampvuur. En ineens zie ik mezelf terug, frontaal, in een hoek van de vleugel schuin achter Shepp: een jonge jongen met dik lang haar, geconcentreerd luisterend.

Het is idioot wat het geheugen in zich bergt, wat daar opgeslagen ligt zonder dat het ooit gebruikt wordt. Nu komt dat geheugen ineens in beweging en leegt spontaan de inhoud van een plank waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde. Dat shirt, de camera halsband, het tasje waarin ik de camera opborg, ik zie ze voor me. Het busje waarin we vervoerd werden, de campus, de naam van mijn reisgenoot (die ik nooit meer gezien heb), een gesprek over Lee Konitz, het boekje dat ik las, de broek die ik aanhad… en bij vlagen zelfs hoe ik me daar voelde. Ik zit in de jazztijdmachine, back to the past.

Grappig om de fotograaf van toen terug te zien, hevig ook. Kan dat, even buurten in je eigen seventies? Ja, dus. Glippend door een wormgat opgeroepen door muziek en bewegend beeld. Tijdreizen kan heel goedkoop zijn. En toch behoorlijk intens.

Ik wens alle lezers mooie feestdagen, met goede muziek naar wens, en als het zo uitkomt een wormgaatje.

 

Archie Shepp quartet met Jasper van ’t Hof, live in Chateauvallon, 1973
Foto’s prijsuitreiking, links: Olga Beumer, rechts: Ton van Leeuwen
Alle zwart-wit foto’s: copyright Jurriën Rood
Met bijzondere dank aan Bernd Wouthuysen