De achterkant van de hippiedroom – Isle of Wight

geplaatst in: Film & TV, Maatschappij, Muziek | 2

(26 aug 2017) ‘Dit is mijn festival!’ schreeuwt een langharige (Amerikaanse)  hippie tegen de ongewapende Engelse politieagenten, die met honden de wacht houden bij een lange schutting. Hij wil naar binnen, zonder te betalen, En vindt dat hij daar recht op heeft.

We zijn op het Engelse eiland Wight, in augustus 1970. Het meerdaagse popfestival is dit jaar drukker bezocht dan ooit. Dat komt niet alleen door de populariteit van de popmuziek, maar ook door de aanzuigende werking van de pas uitgekomen film Woodstock. Wie wil er nou niet zoiets fantastisch meemaken? Met tienduizenden tegelijk neemt men de boot, ook een enorm contingent Fransen maakt de oversteek naar het eiland, aangelokt door een schitterende line up met Canned Heat, The Doors, The Who, Joni Mitchell, Emerson, Lake en Palmer, Jethro Tull, Miles Davis en Jimi Hendrix om er maar een paar te noemen. Naar schatting zeshonderdduizend (!)  jonge mensen komen bijeen, vermoedelijk het grootste festivalpubliek ooit. Velen daarvan zitten op de grote heuvel naast het festivalterrein, buiten de hekken die de organisatoren hebben geplaatst, maar met vrij zicht op het podium. Hun provisorische kampeerterrein noemen ze Desolation Row, maar niemand jaagt ze weg. De problemen beginnen als de activisten onder hen gratis toegang eisen.

Wat dan gebeurt toont Message to love, een documentaire uit 1996 van de Amerikaanse regisseur Murray Lerner. Niet de muziek staat hier centraal, zoals in andere festivalfilms als Woodstock of Stamping Ground over het Kralingen popfestival, de aandacht is verschoven naar het gebeuren eromheen. Lerner – bekend geworden met de prachtdocu over violist Isaac Stern in China, From Mao to Mozart – concentreert zich hier op de problemen van de drie jonge festivalorganisatoren om het hippiemotto van ‘peace and love’ te combineren met hun zakelijke belangen. Het festival waar ze een jaar aan hebben voorbereid, kan natuurlijk niet zonder inkomsten. Maar als ze de toeschouwers op de heuvel proberen te overtuigen om alsjeblieft een kaartje te kopen, worden ze uitgemaakt voor vieze kapitalisten. Veel hippies vinden dat ze gewoon ‘recht’ hebben op toegang, het festival is immers van ‘ons’. Voor de veerboot zullen ze vast betaald hebben, maar hier gelden kennelijk andere regels. De escalatie laat niet lang op zich wachten. De patrouillerende politie wordt geprovoceerd en getreiterd – ‘Sla me dan! Heb je geen kloten? Gebruik je knuppel toch!’ – en trekt zich terug om de honden te beschermen. De schuttingen gaan neer, iedereen komt binnen en het eind van het liedje is dat, volgens de organisatie, slechts één op de tien bezoekers een kaartje heeft gekocht.

Op sympathie of solidariteit hoeven de organisatoren intussen niet te rekenen. Zangeres Joan Baez begrijpt wel dat de kids zo kwaad zijn, ‘omdat ze een verrotte wereld gekregen hebben’. Een andere muzikant (van de Moody Blues?) verzoekt de organisatie niet openlijk te praten over de kosten van de optredende bands, want ‘ze hebben toch ook andere kosten’? Intussen worden de muzikanten natuurlijk gewoon betaald, anders zouden ze helemaal niet verschijnen. Maar die werkelijkheid moet versluierd blijven achter het hoogdravende motto van deze subcultuur; de rekening wordt betaald door anderen. Uiteindelijk krijgt speaker Rikki het publiek nog mee in een gezamenlijk moment van vreedzaamheid, maar het is al te laat. De compagnons blijven zitten op een gigantische schuld en een dito afvalberg. ‘We hebben zo lang een generatie verdedigd en nu heeft een kleine minderheid het verpest’, zegt Rikki totaal ontgoocheld.

Lerners documentaire toont rustig en onomstotelijk de achterkant van de hippiedroom van vreedzame (en gratis) collectiviteit. De woordvoerders van de hippiebezoekers (vaak Amerikanen) laten zich kennen als kortzichtig, egoïstisch en agressief. Eén van hen rent het podium op en onderbreekt botweg Joni Mitchell’s optreden voor een warrige statement. De zangeres is verbijsterd: ‘Jullie gedragen je als toeristen. Geef ons wat respect’. Maar respect hebben deze kwaaie mannen vooral voor zichzelf.

Bepaald geen fraai beeld komt hier naar voren van de peace and love-generatie. Dieptepunt is het lange interview met een rustige hippievader, etend en rokend, met naast zich zijn zoontje van een jaar of zes. Ja, zegt hij, ook zijn zoon gebruikt drugs en rookt hasj mee, alleen hij inhaleert niet. En het jongetje heeft ook al LSD genomen. Waarom hij dat goed vindt? De man antwoordt vol overtuiging, ‘ik wil niet dat hij wordt uitgesloten van deze scene, dat zou hem jaloers, boos en agressief kunnen maken’. Vandaar dus. Het jongetje eet verder. Waarom is het zo’n onverdraaglijke scène? De kortzichtigheid en ongevoeligheid van deze vader. De rechtvaardiging met redenen die rationeel zijn, maar tot een idiote conclusie leiden. Of is het dat deze man, als type, mij zo enorm bekend voorkomt? Hoe dan ook, de hippies lijken hier massaal hun (gezonde) verstand kwijtgeraakt en verschijnen als nieuwe generatie zelfingenomen consumenten.

Het zou een extra reden kunnen zijn (naast alle problemen met rechten; gebruikelijk bij muziekfestivalfilms) dat deze documentaire pas vijfentwintig jaar later werd afgemaakt en uitgebracht – en ook toen nauwelijks bekendheid kreeg. Het beeld van de generatie is gewoon te negatief, en ditmaal kan de schuld niet aan de Hells Angels gegeven worden. Later monteerde Lerner uit het materiaal een hele serie korte muziekfilms, onder andere van de optredens van de Miles Davisgroep (met Keith Jarrett), Leonard Cohen en Jimi Hendrix. Ze genieten bekendheid onder de liefhebbers. Maar dit pijnlijke verslag van de mentaliteit van (een deel van) het Wight-publiek hoort eigenlijk opgenomen te worden in het rijtje klassieke festivaldocu’s dat nauwkeurig opkomst en neergang van een hele subcultuur documenteert: Woodstock, Gimme Shelter, Message to love. Het is de cultuur waar ik vandaan kom. Als scholieren keken wij op naar deze generatie, vlak boven ons. En natuurlijk naar die muziek. Dat is lang geleden, maar toch. De film herinnert er nog eens aan dat idealen ook een achterkant hebben; onder het sprookje een koude kermis.

 

Message to love: the Isle of Wight festival, regie Murray Lerner (1996)
Woodstock, regie Michael Wadleigh (1970)
Gimme Shelter, regie Albert en David Maysles (1970)  Zie ook mijn artikel  ‘Duivels en Engelen’ in De Groene Amsterdammer 19 jan 02

2 Antwoorden

  1. Ԝonderful post! We are linking to this great aгticle on our website.
    Keep up the great writing.

  2. Ι enjoy, cause I disϲovered just what I used to be looking for.
    You have endеd my 4 day lengthy hunt! God Bless you man. Have a great dаy.
    Bye