DUITSE BERICHTEN – 1. Een appartementje in Prora?

(22 februari 2017) ‘Prora is een gemiste kans’ fluistert de commentaarstem donker en betekenisvol, terwijl de camera voor de zoveelste keer langs het betonnen karkas van een vervallen gebouw vliegt.* Wat me zo irriteert is niet de tv-documentaire zelf, maar het idee dat eronder ligt: een bepaalde opvatting over de omgang met het verleden. Dat is een vrij gebruikelijke opvatting in het huidige Duitsland: het verleden is hier beladen, schuldig en zwaar (klopt), daar kan je niet zomaar van wegkomen en dat mag je nooit uit het oog verliezen. Jaja, maar de vraag blijft: hoe dan wèl om te gaan met de vaak loodzware erfenis? Prora is een goeie testcase.

Prora, dat is het monsterlijk grote massahotel dat Hitler eind jaren dertig liet bouwen om de Duitse burgers een vakantie aan zee mogelijk te maken, met z’n twintigduizend tegelijk. Het ligt op het eiland Rügen, in het noorden van voormalig Oost-Duitsland, aan de mooie stranden van de Oostzee. Het kreeg ongelooflijke afmetingen: een vier en een halve kilometer lang, vijf verdiepingen hoog betongebouw, nog steeds het langste gebouw ter wereld. Het werd alleen nooit afgebouwd, omdat de oorlog begonnen was. De geplande miljoen vakantiegangers per jaar kwamen niet, ze moesten voor de Führer oorlog voeren. Maar het grootste deel van het gebouw stond, deels als skelet, deels als ruwbouw. Na de oorlog probeerden de Russische bevrijders het ding op te blazen, maar de gewapend betonconstructie bleek te sterk voor dynamiet. En dus bleef Prora staan en werd door het DDR-regime benut als oefenplaats voor het leger, als massa-kazerne en als onderbrenging van de ‘staatsvijanden’ die Bausoldaten genoemd werden. De hele streek was een militaire zone geworden, streng verboden voor burgers en van alle kaarten verwijderd. Het werd een beruchte verblijfplaats; ‘Drei Wörter genügen: nie wieder Rügen’, luidde de spreuk in het leger.** Maar de steeds verder vervallende kolos overleefde ook het communisme, stond na de Wende overeind als absurde herinnering aan de monumentale bouw en bijbehorende massa-filosofie van het derde Rijk, en werd toen, o ironie, tot monument uitgeroepen. Sloop was gewoon te duur, in voormalig Oost was het geld dringend voor andere zaken nodig.

Een paar jaar geleden was ik er op bezoek. Althans, in één van de vijf blokken die op zichzelf al honderden meters lang zijn. Op één etage kon je een indruk krijgen van een klein stukje van de doorlopende gang die ooit tweeëneenhalve kilometer lang was. De galerijflats uit de oude Bijlmer steken stralend af bij deze uitgeleefde, grauwgrijze, rommelige, lekkende bouw waar de wind door de gebroken ruiten gierde. Het leek vooral een goede locatie voor een horrorfilm – en dat was precies waar Prora af en toe voor gebruikt werd. Al even absurd leek een nieuw initiatief: een projectontwikkelaar kondigde de bouw aan van luxe vakantie-appartementen, in één deel van één zo’n blok. Een modelwoning was te bezichtigen. ‘Zou jij hier graag vakantie houden?’, vroegen we elkaar. Retorische vraag. Een bouwproject met weinig kans, zo leek me.

Ik had het helemaal verkeerd. De Prora-appartementen vonden snel aftrek, ze werden zelfs een hype voor Berlijners op zoek naar een tweede huisje aan zee. Intussen heeft een deel van zo’n grauwbruin blok de metamorfose ondergaan tot stralend witte, modern ogende flat aan zee, inclusief grote ramen en balkons. Met de volgende is begonnen, de verkoop loopt als een trein. Wat ik op tv van het interieur zag oogt bepaald niet slecht.

En dit is het moment waar de documentaire – en de bijbehorende opvatting – aangrijpt. Want, zo wordt gesuggereerd, zo mag je niet met dat schuldige verleden omgaan, zo ga je een bewuste verwerking ervan uit de weg. Wat je ook aan zo’n gebouw opknapt, het blijft altijd zijn verleden – van nazi’s en communisten, van massaliteit en mensenverachting – meedragen en uitstralen. Sterarchitect Daniel Libeskind, opgetrommeld om deze visie gewicht bij te zetten, noemt Prora zelfs wat pathetisch ‘het gebouwde kwaad’. Hij meent dat je met zo’n gebouw ‘iets speciaals moet doen’ – een bijzonder architectonisch ontwerp waarschijnlijk, waar zeker geen geld voor is. Maar dus niet het opknappen en verbouwen tot vakantieappartementen. Omdat… ja, waarom eigenlijk niet?

Projectontwikkelaar Ulrich Busch – nota bene een zoon van de vermaarde communistische protestzanger Ernst Busch, opgevoed in het antifascisme en zich uitermate bewust van de beladen voorgeschiedenis – meent daarentegen dat hij met zijn verbouwing juist het beladen verleden overwint. Of zoals een koper zegt: Hitler bouwde de autobahnen en die gebruiken we toch ook nog? Ik ben het met hen eens. De gebruikelijke houding van een streng, permanent schuldgevoel wordt me hier veel te puriteins toegepast. Misschien was afbreken inderdaad het beste geweest. Maar als je dit monsterlijke bouwwerk tot monument maakt, wees dan blij dat er een nieuw leven in ontstaat. Bovendien: dat gebeurt in een nieuwe, individualistische toepassing, die haaks staat op de eerder heersende ideologie. De appartementenkopers komen hier vrijwillig, dwang heeft plaatsgemaakt voor vrijwilligheid. Er bestaat overigens ook een klein museum hier, het Prora Zentrum, en dat moet vooral behouden blijven. Maar hoeveel serieuze Aufarbeitung (verwerking) wil men zien voor dit het stempel van goedkeuring kan krijgen van de overserieuze herdenkers? Zo deel ik ook niet de morele verontwaardiging van de filmmakers over de zomerjeugdherberg, die al sinds een paar jaar gerund wordt in een ander deel van Prora. Ja, dan vieren ze feest in het water en gaan niet permanent gebukt onder de druk van het verleden, so what? Wees toch blij dat hier nu jonge mensen (vrijwillig) komen om lol te maken. Hoe beter kan je de zwarte vlek van dwang en pijn bestrijden dan met vrijheid en vreugde?

We zijn niet alleen in staat om een nieuwe stad te bouwen bovenop een oude, maar ook een nieuw leven op te richten op het oude. Het lijkt me belangrijk om dat vermogen niet te verbieden of te belemmeren. En daar hoort een bepaalde mate van vergeten bij. In onze buurt in Dresden, waar alle huizen gesaneerd en verbouwd worden, kwam een grote lelijke Klotz met naziverleden in de aanbieding. Vrienden kochten de bovenste verdieping. Een jaar later betrokken ze een mooi, modern appartement. Inmiddels moet je nadenken om je überhaupt te herinneren dat het ooit iets anders is geweest. Het huis heeft zijn verleden overstegen. Goed zo.

 

Grössenwahn in Beton – documentaire van Nico Weber (2015)
** Drie woorden zijn genoeg: ‘Nooit meer Rügen’