De diepte van smeervet (Wat zingen ze nou? – 5)

geplaatst in: Cultuur, de jaren '70, Muziek, Taal, USA | 0

(31 aug 2026)  Soms zit filosofie in een klein hoekje. Duikt ze bijvoorbeeld op in een songtekst, waarvan je het grootste deel niet eens kunt verstaan. En waarbij je al helemaal geen verwachting koestert van enige verdieping.

Dit leven zit vol illusies,

Verpakt in problemen,

Doorspekt met verwarring –

Wat voeren we hier eigenlijk uit?

 

Dit zijn (door mij vertaalde) zinnetjes uit Grease, titelsong van de gelijknamige film uit 1978. Het was een monsterhit in de bioscoop, gedragen door de stoere, jonge John Travolta en zijn verliefdheid op de frêle Olivia Newton-John die hem eerst temt voor hij haar mag kussen. Een verhaal over de Amerikaanse jeugd van midden vorige eeuw, met grote auto’s, zuurstokkleurige jurken, haarlak voor de suikerspinnen van de meisjes en heel veel haarvet voor de jongens. Niet echt een arena waar existentiële bespiegelingen thuishoren. En toch zingen ze juist die energiek en ritmisch van zich af, luister maar:

       We take the pressure and we throw away
Conventionality belongs to yesterday
There is a chance that we can make it so far
We start believing now that we can be who we are
(Grease is the word)

Ofwel, in een snelle vertaling:

We gooien alle druk van ons af

Conventies, dat is oud nieuws

Er is een kans dat het ons gaat lukken

We geloven dat we kunnen worden wie we zijn

Vet (smeer) is ons motto

 

Worden wie we zijn… waar komt dat ineens vandaan? ‘Je moet worden die je bent’ – het is een regelrecht Nietzsche citaat, die het weer afkeek van de antieke Griek Pindaros. Het idee kreeg vleugels in de 20e eeuw, toen Heidegger, de Duitse voorloper en grondlegger van de existentiefilosofie, meende dat de moderne mens ‘vrij is om te worden wie hij wil zijn’. Sartre pikte dat op en nam het mee naar Parijs, waar hij het uitwerkte tot een basispijler van het existentialisme. In deze opvatting gaat het erom authentiek en autonoom te leven, vanuit zichzelf en de eigen wensen en verlangens, onafhankelijk te blijven van de blik van anderen en vooral niet het slachtoffer te worden van kwade trouw: toegeven aan conventies, modes en groepsdruk. Het groeide uit tot de populairste naoorlogse levensfilosofie, oorspronkelijk aangehangen door de jazzers en nozems van de late jaren vijftig, maar evengoed van grote invloed op de hippiegeneratie van het decennium erna en sindsdien vast onderdeel van de mentale basisuitrusting van alle volgende westerse generaties. Het cliché ‘Gewoon jezelf zijn’ (HEMA reclamezin uit begin 21e eeuw) is eigenlijk een directe erfgenaam van Sartres zwaar onderbouwde filosofische ideaal van autonomie.

Maar om nou te zeggen dat die Amerikaanse jongens van de fifties, met hun leren jekkies en vetkuiven, lekker sleutelend aan hun kleurige Mustangs en Corvettes, erg met filosofische gedachten bezig waren – nou nee. En dat is toch de groep en het tijdperk die centraal staan in de musical Grease, wat zowel ‘vet’ betekent, voor het haar, als ‘smeer’, voor de kogellagers. De song zit dan ook helemaal niet in de (hit)musical gemaakt in 1970 waar de film op gebaseerd is. Speciaal voor de filmversie wenste producent Robert Stigwood een nieuwe titelsong, die de vijftigerjaren rock ’n roll nostalgie zou verbinden met het levensgevoel van de modernere en meer geëmancipeerde seventies. Na de pil, de anti-autoritaire en de feministische golf kon een verhaaltje over de voorzichtige toenaderingen tussen leermacho’s en petticoatmaagden voor een jong publiek wel eens als erg ouderwets en gedateerd overkomen. Dat moest voorkomen worden.

Enter Barry Gibb, oudste van de drie zingende broers Gibb, en ook de knapste, met zijn lange blonde opgeföhnde haardos. De BeeGees stonden na hun werk voor de soundtrack van Saturday Night Fever (ook met Travolta) op het hoogtepunt van hun carrière, als drie muzikale heemskinderen schrijlings galopperend op de rug van het discotijdperk. Gibb kreeg de opdracht voor een nieuwe titelsong en zie hoe hij een succesvolle brug bouwde tussen de decennia. Als fundament voor zijn nieuwe song nam hij de disco stamp – en niet rock and roll die eerder te verwachten was – om het Vet van vijfentwintig jaar daarvoor op te tillen naar het hipcoole-niveau van New York eind jaren zeventig, zodat men er ook in Studio 54 op zou kunnen dansen. En ook in de tekst tilt hij de zaak op naar meer eigentijdse problematiek.

Wordt in de eerste twee coupletten nog wat lippendienst bewezen aan een liefdesgeschiedenis van de hoofdpersonen:

We got a loving thing, we got to feed it right  en ook:
They think our love is just a growing pain

Dat is slechts aanleiding. Al snel gaat het alleen nog over opstandigheid, zelfbevrijding en ‘zichzelf worden’ – het ware motto van de komende decennia.

We got to be what we feel en daarbij:
There ain’t no danger we can go too far

Niet meer de liefde is het belangrijkst, maar zelfvervulling en authenticiteit. Je kan ook zeggen: de liefde voor een ander maakt plaats voor liefde voor zichzelf. De tekst markeert een scharniermoment in de westerse cultuur. Hoe dan ook is het een vurige beginselverklaring, opgezweept door het ritme en uitmondend in een triomfantelijk refrein dat ik even vrij vertaal:

Smeer is het woord, dat je overal hoort
Het heeft groove, het heeft diepte
Smeer is de tijd, en de plaats, de beweging
Smeer, dat is hoe wij ons voelen

Waarna als contrapunt de filosofische wanhoop binnensluipt waarmee ik begon.

This is a life of illusion / Wrapped up in trouble
Laced with confusion / What are we doing here?

Maar geen nood. Onder het banier van Vet en Smeer zingt de opgeschoten jeugd zichzelf een toekomst van vrijheid en zelfverwerkelijking toe.

Het is eigenlijk een wonder hoe goed het Barry Gibb gelukt is om zijn brug te slaan. Als je de tekst droog van een papiertje zou lezen denk je nog aan een absurde parodie, maar voortgedreven door de stampende beat is dit gewoon een erg lekker dansnummer. Belangrijk daarbij was dat hij het niet zelf zong, met zijn typerende falsetgeluid. De lead vocal werd overgelaten aan een wat oudere zanger, directer verbonden met het rock n’roll tijdperk: Frankie Valli, zanger van The Four Seasons en van de sixties hit ‘Oh, what a night’. In diens stevige interpretatie werd de song Grease een wereldhit met 7 miljoen verkochte plaatjes. Daar bovenop kwam het enorme internationale succes van de film, die dat jaar wereldwijd het meest opbracht en nog jaren bovenaan de lijst van best bezochte musicalfilms zou blijven staan. Stigwood kon tevreden lachen en zich opmaken voor een volgende muziekfilm, Hair.

Nu zullen slechts weinigen die destijds lekker dansten op het nummer zich de filosofische dimensie van de tekst gerealiseerd hebben. En dat is maar goed ook. De muziek zelf drukt het beschreven levensgevoel al goed genoeg uit. Heidegger zie ik er niet zo snel op staan dansen, maar Nietzsche en Sartre samen, druk zwaaiend met de armen, in een vrije pas de deux – dat is een pakkend beeld, en tekenend voor de invloed die filosofie op ons leven kan hebben.

We gooien alle druk van ons af – SMEER, dat is hoe wij ons voelen.

 

Op YouTube: de originele song, als soundtrack bij de openingsanimatie van de film en in een live versie van Frankie Valli met publiek.
Nietzsche citaat: De Vrolijke Wetenschap, par. 270

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *