Duitse Berichten 47 – Nick Cave aan de Elbe

geplaatst in: Kunst, Muziek, Popzinnen, sterfelijkheid | 0

(5 aug. 2026)  Een lange dunne man in driedelig zwart pak verschijnt op de bühne, zwaait even naar het publiek en trapt hard in de lucht: de band valt in als één man in en we zijn vertrokken. Nick Cave, met zijn vertrouwde band de Bad Seeds, geeft een openluchtconcert in Dresden, op het terrein van de zomerse Filmnächte: pal aan de Elbe, met een prachtig uitzicht op de oude stad met al haar barokgebouwen en de herbouwde Frauenkirche erbovenuit stekend. Het is stampvol, uitverkocht: twaalfduizend mensen zitten deels op de oplopende tribunes, maar vooral staan ze, dicht opeengepakt van pal voor het podium tot ver opzij. Ergens daartussen sta ik met mijn vrouw, beiden niet lang van stuk, over de schouders van onze voorburen te kijken, niet eens zo vaak naar het podium zelf, maar naar het grote scherm ernaast. Eigenlijk vind ik mezelf langzamerhand te oud voor dit staande concertbezoek en vanwege mijn rugklachten nemen we ons voor om het hier een tijdje te proberen en dan vanuit de meute naar de zijkant uit te wijken. Daar komt niets van terecht.

Eens kijken of ik het fenomeen Nick Cave kan beschrijven zonder over m’n woorden te struikelen. Het is veel, intens, hard en meeslepend. Vanaf het allereerste moment neemt hij het publiek in zijn hand en houdt het daar, zonder enige moeite. Zeker is zijn grote reputatie hem vooruit gesneld, maar ook zonder die voorkennis beschikt de man over een overweldigende aanwezigheid. Alles in volmaakte samenspraak met zijn tienkoppige band die compleet dienstbaar aan hem en aan de songs de muziek regelmatig tot dondersterkte laten aanzwellen, om het daarna weer terug te nemen tot een intiem gefluister. De songs die tevoorschijn rollen – ‘From her to eternity’, ‘Tupelo’ – zijn vooral goede bekenden. In vergelijking met het vorige concert, de Wild God-tour van twee jaar geleden met dezelfde band, lijkt hij meer in te zetten op zijn oudere werk, maar veel maakt het niet uit. Cave daalt snel af naar een verlaagde podiumstrook vlakbij het publiek, zijn privé domein voor de komende uren. Energiek loopt hij er heen en weer, zingt, schreeuwt, fluistert, gesticuleert en dirigeert. Het enige dat hij niet doet is dansen: alles komt van zijn stem, zijn lichaam en zijn expressieve bleke gezicht omlijst door de pikzwart geverfde haren. En steeds schieten overal de handen uit het publiek omhoog, innig naar hem reikend, in een poging zijn vaak uitgestrekte handen aan te raken of hem te ondersteunen. Hij zweept zijn publiek ertoe op, pakt die handen, leunt erop. Soms laat hij zich door het woud van handen tot aan z’n knieën ondersteunen zodat hij er op kan zitten, of eventjes liggen, altijd doorzingend. Standaard praktijk bij een Nick Cave concert, het was al zo toen ik hem voor het eerst zag in de immense Berlijnse Waldbühne. Het resultaat lijkt op niets zoveel als op een kerkdienst, een intense hoogmis zoals je ze kent van opzwepende religieuze predikers in Amerika, die ondersteund worden door een gospelkoor en omringd door van opwinding in katzwijm vallende mensen. Hier valt niemand in katzwijm en hoe godsdienstig Cave werkelijk is valt te bezien; weliswaar worden God en the Lord veelvuldig aangeroepen, zijn teksten lijken me toch echt te duister en cynisch voor de EO. Wat hier plaatsvindt lijkt wel wat op religieuze trance en handoplegging, met de popzanger als hogepriester, maar dan in een seculiere versie; healing misschien, al huiver ik om het spektakel te reduceren tot dat modewoord.

Ooit introduceerde een vriendin me in het universum van Cave, maar The Murder Ballads (1996) waren mij echt te zwaar en morbide. Pas het toegankelijker én melodieuzere Push the sky away (2013) maakte mij tot fan. Waarna ik alsnog de oudere songs ontdekte, inclusief de melodieuze parels die er ook toen al tussen zaten. We horen veel ervan: het dreigende ‘Jubilee Street’, het prachtige ‘The Mercy Seat’ tot aan ‘Red right hand’ dat hard en zwaar van het podium dondert, zeker ook door de inbreng van maar liefst twee drummers die de trommels bewerken als ware slagers. Alles omlijst en opgezweept door Cave’s kompaan en co-auteur Warrren Ellis op synthesizer, zang en viool. Met zijn lange baard en zijn matige gebit oogt Ellis als een complete kluizenaar, maar schijn bedriegt: hij pompt de muziek telkens omhoog, wentelt zich al spelend rond als een derwisj en lijkt herhaaldelijk zijn viool op de grond te willen smijten van pure vervoering.

Nick Cave in actie (gefotografeerd van het scherm)

Vervoering, dat is misschien wel het sleutelwoord voor een optreden van Cave en the Bad Seeds. De songs zitten vol herhaling, vaak gebouwd rond een eenvoudige melodieuze frase die bedwelmend vaak opklinkt, of een simpel zinnetje dat als een gebed wordt herhaald. Soms zijn het maar enkele woorden die eindeloos uitvergroot worden, maar veelbetekenende: I am beside you, of Everybody is losing someone. Uit de mond van deze singer/songwriter krijgen ze extra lading.

Want natuurlijk kan je er niet omheen te vermelden dat juist hij, die zich in zijn songs zo vaak met moord en dood heeft bezig gehouden, zelf vreselijk door de dood getroffen werd. Jaren geleden stierf zijn eerste zoon, Arthur (15), door een val van de rotskust, onder invloed van LSD. Nog niet zo lang geleden stierf een andere zoon, Jethro, op vrij jonge leeftijd. (Cave heeft nog twee zoons met zijn huidige vrouw, een tweeling) Over het verlies van Arthur is Cave erg open geweest. De verwerking ervan vond muzikaal plaats op het album Ghosteen, waar ik ook de bovenstaande zinnen vandaan heb. Het album lijkt, ook in de visuele vormgeving, wel een poging om de overleden jongen over de dood heen in zijn armen te nemen en gerust te stellen. Hartverscheurend is het, ook om hem te horen zingen And I’m just waiting for my time to come. (En voor mij reden om dat album nauwelijks te kunnen horen.) Het heeft Cave, meer nog dan daarvoor, over de hele wereld een schare volgers en aanhangers opgeleverd die hem zijn gaan zien als een lichtend, bevrijdend voorbeeld in de omgang met gruwelijk verlies. Hij opende een aparte website om direct met zijn publiek te kunnen communiceren, en ook bij de concerten werden mensen die een boodschap voor hem hadden op het podium uitgenodigd. Vooral vrouwen kwamen, meestal in tranen. Muziek en aanraking, als heilmiddel tegen de diepste vormen van verdriet. De popster en ex-punker als ervaringsdeskundige op het terrein van healing en troost.

Dat lijkt nu weer een beetje voorbij. De muziek zelf krijgt het hoogste woord. Wat blijft is de afwisseling van woest donkere stormen en zachte weemoedige lichtpuntjes, duisternis en licht zijn de polen van het Cave universum. Lichtheid is er ook op het podium, waar Nick tussendoor ruimte vindt om handtekeningen uit te delen en vrolijk verrast reageert op het precieze meeleven en meezingen van het Dresdense publiek. Nog een goede beslissing: de groot geprojecteerde titels en teksten van de Wild God tour (binnen) zijn grotendeels weggelaten, het is de muziek die weer het werk mag doen. De bedwelming is meer impliciet, minder opgelegd en daardoor sterker. En waar vanaf een tribuneplaats Cave’s grote aandacht voor de voorste rijen op den duur wat irritant werkte – waarom keek hij ons ook niet eens aan? – nu, pal voor het scherm vol close ups, is de betovering steeds tastbaar. En dus blijven we moeiteloos staan tussen alle anderen, geholpen door de Duitse gewoonte om niet te dringen of te duwen, tweeëneenhalf uur lang. Want zo lang spelen Cave cs door. Hij heeft er lol in, ook nog na twee toegiften, als Warren Ellis al wegloopt om ruimte te maken voor de laatste solo. Nick houdt hem tegen: we doen er nog één. En nog een. Puttend uit zijn rijke catalogus, improviserend: ‘deze hebben we nog nooit samen gespeeld, (tegen de band) het is in Es’, waarop de band natuurlijk vlekkeloos invalt en meespeelt. Tegen het publiek: Wanna hear another one? We komen tot zes toegiften, waaronder ‘Wide Lovely Eyes en natuurlijk ‘Into my arms’, solo aan de piano, als uitsmijter. Cave heeft een goede avond en wij nog meer.

Wonderlijk, hoeveel effect deze man en zijn muziek hebben. Als een muzikale magiër trekt hij het publiek in zijn ban. Ik ben wat voorzichtig met grote woorden als troost of catharsis bij een popconcert (dat was het toch), maar hier lijken ze van toepassing. Eerder zag ik op dezelfde plek Lou Reed en Sting – Cave past naadloos in die rij qua charisma, overtreft hen in intensiteit. Als hij per se met iemand vergeleken moet worden dan met Leonard Cohen, die andere grote poëet van de popmuziek en ook altijd in het pak – maar dan binnenste buiten gekeerd en zwart geschminkt. Het is een voorrecht om zo’n kunstenaar te hebben, en hem mee te maken op een top van zijn kunnen.

Nick Cave and the Bad Seeds, Filmnächte am Elbufer, 2-08-2026
Cave vertelt uitgebreid over hoe verlies, verdriet en rouw hem veranderd hebben, in gesprekken met Tom Power en met Anderson Cooper van CNN.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *