
(13 feb 2026) (In de serie Citaten om op te kauwen)
“Menselijkheid waarderen, zonder het leren te waarderen, kan makkelijk tot eenvoud voeren. (..) Oprechtheid waarderen zonder het leren te waarderen, kan snel tot schade leiden.(..) Vrijmoedigheid waarderen, zonder het leren te waarderen, kan snel tot grofheid leiden”.
In zijn nagelaten Gesprekken steekt Confucius (551-479 v. Chr.), ook wel ‘meester Kong’ genaamd, niet onder stoelen of banken hoe belangrijk hij het leerproces vindt: zowel het onderwijs als de daardoor verworven kennis. Daarbij ging het hem evengoed om theoretische als praktische kennis, want pas door zo’n alzijdige opleiding kon de mens het grote ideaal van de ‘edele’ bereiken. Het zal niet verbazen dat Confucius voorstander was van een omvattend onderwijsprogramma, met veel verschillende vakken. Eigenlijk precies hetzelfde als wat twee millennia later de Duitser Wilhelm von Humboldt (1767-1835) voor ogen stond met zijn concept van Bildung, dat op zijn beurt richtinggevend is geworden voor de opzet van het gymnasium en de universiteit in de eeuwen erna. Het onderwijs kreeg als doel de vorming van een volledige mens. Dat betekende geen specialisatie, maar een allround opleiding die als het ware de geest voorbereidt op het oplossen van opgaven in veel verschillende richtingen: van wiskunde tot talen, van biologie en aardrijkskunde tot maatschappelijke kennis. Het idee is dat het er niet om moet gaan uitsluitend nuttige en toepasbare kennis te verwerven, maar om de student op te leiden tot een probleemoplosser in de ruimste zin: iemand die niet alleen een brede kennis heeft, maar ook genoeg middelen om geheel nieuwe vraagstukken die het leven hem presenteert doeltreffend aan te pakken. De bedoeling is niet om ‘geleerd’ te worden (volgestampt met feiten en formules), maar om veelzijdig toegerust te zijn voor de meest uiteenlopende opgaven en daar soepel mee om te kunnen gaan. Specialisatie kan daarna altijd nog volgen.
Ik denk dat leermeester Kong gelijk had, net als Von Humboldt, en ik presenteer zijn citaat dan ook niet om er kritiek op uit te oefenen, maar om een gedachte omhoog te halen die in onze tijd verloren lijkt te zijn. Zeker in Nederland, waar het idee van algemene scholing in alle opeenvolgende golven van onderwijsvernieuwing steeds verder kopje onder is gegaan. Zoals alles in onze wereld is ook het onderwijs toenemend in het teken van doelgerichtheid en direct nut komen te staan. Erachter verschuilt zich het grotere doel van de kapitalistisch ingerichte maatschappij: geld verdienen en winst maken. Als je iets leert en daar veel tijd in stopt, dan moet het wel aantoonbaar ergens toe leiden, anders was het verloren tijd. Al decennia geleden zong Paul Simon opstandig: ‘When I think back on all the crap I learned in high school / It’s a wonder I can think at all’ (Kodachrome) Dat is een verleidelijke gedachte, mooi geformuleerd en lekker op muziek gezet, en ik weet natuurlijk niet wat hij aan echte onzin moest leren – maar ik denk dat Paul het hier mis had en zich wat al te modieus aansloot bij de destijds heersende mode om de ongeschoolde mens als het romantische ideaal bij uitstek te zien. Een halve eeuw later is dat niet meer de mode; het leer-ideaal is nu verschoven naar doelmatigheid, snelheid en praktisch nut (lees: geld).
Laat ik even uit eigen ervaring spreken: in mijn gymnasiumtijd waren er nog geen pakketten of keuzevakken, we leerden alles, helemaal volgens het klassieke idee van Bildung. Zo moest ik klassiek Grieks en Latijn leren, dode talen die ook toen al echt niet meer gesproken of geschreven werden. Aan Latijn had ik een hekel en de teksten van Cicero interesseerden me geen bal, maar de taal bleek later wel degelijk handig als grondvorm voor levende talen als Italiaans en Spaans. En Latijn zelf komt me soms alsnog van pas bij het zorgvuldig lezen van Spinoza (Ethica) of Schopenhauer en andere filosofen die graag een klassiek citaat onvertaald laten. Grieks daarentegen was een puur plezier: Homerus, gevechten en avonturen in bloemrijke taal waar toch steeds voortgang in zit, onderwezen door de leukste leraar van de school. De Ilias en de Odyssee, wat je daar en passant niet allemaal van opsteekt over de mens en zijn hebbelijkheden, en als bonus kan ik op vakantie in Griekenland nog steeds het Griekse alfabet ontcijferen.
Je kent niet steeds de diepere zin van wat je leert en soms kan je die ook lastig voorspellen; bij talen is het natuurlijk een stuk concreter dan bij wiskunde. Belangrijk lijkt me dat je een training krijgt in logisch denken en, nog algemener, dat je leert dat veel problemen puzzels zijn die in elk geval ten dele met een rustige denkaanpak verhelderd kunnen worden. Zo ben je niet overgeleverd aan je eerste gevoelsimpuls, of aan de pure paniek die machteloosheid tevoorschijn roept. De huidige wereld bombardeert ons met mogelijkheden, verleidingen, informatie en desinformatie en ook los daarvan vraagt het leven voortdurend om beslissingen en een capaciteit om tegenslag en teleurstelling te overwinnen. Ik denk dat een brede scholing helpt om daartegen opgewassen te zijn: zie biedt bescherming en kweekt zelfvertrouwen. Los ervan is leren een van de leukste opties is die we mee hebben gekregen, dat wist Confucius al .
Ik ben niet de enige die er zo over denkt. Mede naar aanleiding van de razendsnelle ontwikkelingen van de AI pleitte Trouw in een recent commentaar ervoor om als tegenwicht in het hoger onderwijs het oude, brede Bildungsideaal te rehabiliteren en weer ‘bovenaan de agenda’ te zetten. Daarop kwam een interessante reactie van de internationaal erkende Nederlandse onderwijsexpert Gert Biesta. Hij raadt juist aan om voorzichtig te zijn met de herinvoering. Het Bildungsideaal heeft na de Tweede Wereldoorlog namelijk een slechte roep gekregen: die prachtige algemene opleiding, sinds minstens een eeuw de trots van Duitsland, had niet weten te voorkomen dat juist door dit land en zijn (manlijke) inwoners de grootste misdaden tegen de menselijkheid begaan waren, met het grootste aantal slachtoffers. Klopt. Sterker nog: het is bekend dat van het SS-kader, de nazi-elite aangevoerd door Himmler, tweederde een universitaire graad had en een derde gepromoveerd was. Dat waren geen dumbo’s, integendeel, het waren denkende mensen (mannen). Maar al hun Bildung had hen niet in de weg gestaan bij het begaan van de onvoorstelbare wreedheden. Ze waren ‘breed gevormd, hoog ontwikkeld, maar moreel verdoofd’ aldus Biesta. Daarom pleit hij ervoor om ‘maatschappelijke vorming’ en vooral ‘gewetensvorming’ tot belangrijke onderdelen van het onderwijs te maken. Dit ideaal, aangeduid met de Duitse term Erziehung (= opvoeding & onderwijs), wil opleiden tot een gewetensvolle persoon.
Dat is een erg goede gedachte, waarmee eigenlijk de ‘Bildung’ niet terzijde geschoven wordt, maar uitgebreid. (Destijds, op mijn gymnasium, voerden we al actie uit ontevredenheid over het ontbreken van op de maatschappij gerichte vakken. Maatschappijleer, economie en filosofie hebben sindsdien in die lacune voorzien.) Ik denk even op zijn suggestie door, want eigenlijk moet er nog iets aan toegevoegd worden. ‘Gewetensvorming’ alleen is niet genoeg. Het geweten, als je dat opvat als een aparte entiteit in onze psyche, is niet een vast omlijnd ding, een van nature gegeven kastje vol waardevolle gedachten; eerder is het een lege huls, mogelijk met een bodem van natuurlijke impulsen, die daarna verder opgevuld wordt door opvoeding en onderwijs. Het gaat om de waarden die dat geweten vullen. Die staan niet vast, de meeste kunnen worden aangeleerd. Ook de nazi’s en zelfs de SS-ers hadden een geweten, de meesten althans. Hun geweten was gevuld met waarden zoals absolute gehoorzaamheid, nationalisme en een fel antisemitisme. En zolang ze die in de praktijk brachten hadden ze weinig tot geen problemen met hun geweten. Het gaat erom welke waarden in dat geweten aanwezig zijn. ‘Menselijkheid’ is zeker erg belangrijk, altijd de menselijke waarde in het oog houden. Maar het begrip is nog te wijd. Medeleven is al beter want scherper. En daarnaast gelijkheid, dus menselijkheid voor en van iedereen. In feite hebben we daarmee de twee laatste waarden van de trits van de Franse revolutie opnieuw geformuleerd: gelijkheid en solidariteit. Met de eerste waarde van de trits, ‘vrijheid’, zijn we intussen een heel eind gekomen. Om de volgende twee waarden daadwerkelijk te realiseren en ieders geweten ermee te vullen, dat is het programma voor deze en komende eeuw. Of misschien duurt het nog wel langer. Het gewetensonderwijs heeft nog veel te doen.
Dini Damave
Geweldig Jurrien