Duitse Berichten 14 – Een rebel met een vlekje; Gundermann verfilmd

geplaatst in: Duitsland, Film & TV, Muziek, Politiek | 0
Gundi in de film…

(23 augustus 2018) Graag ben ik de eerste niet-Duitse Wessi om te schrijven over de gloednieuwe speelfilm Gundermann van regisseur Andreas Dresen, die eergisteravond voorpremière had in een uitverkochte openluchtarena aan de Elbe. En wel hierom. Ik beschouwde deze Gundermann – rebelse zanger, songwriter en gitarist uit het Oost-Duitsland van vlak voor en na de Wende, twintig jaar geleden veel te jong gestorven – tot nog toe als mijn hoogstpersoonlijke geheimtipp.

Dat komt zo. Ik speel in Dresden sinds jaren mee op jamsessies, maar daarbij gaat het niet steeds om jazz. Eén zo’n sessie speelt zich af in het sfeervolle oude café Zum Gerücht, een lage benauwde pijpela in het voorstadje Laubegast. Het is een informele en akoestische sessie waarbij het draait om gezongen muziek, vaak geleid door de ervaren zanger/componist/troubadour Uwe Kotteck. Eerst voelde ik me als saxofonist hier nogal een vreemde eend in de bijt, maar intussen word ik verwelkomd en speel graag mee met de Engelse  en Duitse songs uit Uwe’s dikke tekstboek. Het Engels/Amerikaanse repertoire (Dylan, Eagles, Neil Young) is me overbekend, met die popmuziek van rondom Woodstock ben ik opgegroeid. De Duitse songs waren compleet nieuw voor me. Net als de sfeer van het café zelf en zijn bezoekers, die hun jonge jaren merendeels doorbrachten in de DDR. En die bij sommige Duitstalige songs ineens gingen meezingen, spontaan en innig, alsof deze liederen een klepje naar hun hart openzetten.

          Immer wieder wächst das Gras, klammert all die Wunden zu

          manchmal stark und manchmal blass , so wie ich und du*

‘Van wie is dat eigenlijk?’ vroeg ik Uwe. Zo maakte ik kennis met Gerhard ‘Gundi’ Gundermann, een bebrilde slungel met bretels en een bril, overdag werkzaam als machinist in de bruinkoolwinning, ’s avonds onderweg als bandleider. Nooit eerder van gehoord, maar hier een begrip bij muzikanten en publiek. Gaandeweg ontdekte ik hoeveel van Gundi’s liederen tot het standaardrepertoire hoorden. Begin jaren negentig werd hij een muzikale held voor velen, die zich zagen als buitenstaanders en critici tijdens en na het communistische regime. Zij vonden in Gundermann hun vertolker.

          Und ich hab keine Zeit mehr, ich stell mich nicht mehr an

          in den langen Warteschlangen, wo man sich verkaufen kann**

Poëtische en directe teksten zijn het, soms kritisch, soms berustend, over de vele moeizame kanten van het leven, gezet op fraaie melodieën vaak uitlopend op een wat slepend, weemoedig refrein. Erg geschikt om met de sax iets op te improviseren. Maar Gundi kon ook rocken en maakte zijn eigen versie van Neil Youngs ‘Rockin in the free world’: Alle oder keiner. Hij is regelmatig vergeleken met Bob Dylan (en speelde in diens voorprogramma), maar was eigenlijk geen openlijke protestzanger, dat kon niet in de DDR. (De zanger die het wel deed, Wolf Biermann, kreeg eerst een verbod en werd daarna uitgewezen.) Eerder doet hij denken aan Bruce Springsteen in diens sociale ballads: een stem van de ‘gewone man’ in moeilijke tijden, opstandig en melancholiek tegelijk.

          Du bist in mein Herz gefallen, wie in ein verlassenes Haus

          hast die Fenster und Türen weit aufgerissen, das Licht kann rein und raus***

…en de echte, anno 1995

Door deze voorgeschiedenis heb ik Gundermann – de film vermoedelijk niet helemaal nuchter kunnen bekijken. Daarvoor zijn de songs me te dierbaar en was ik teveel erop gebrand om meer te weten te komen over werk en leven van hun maker. In die wens voorziet de film, maar ook niet helemaal. Het is een muzikale biopic in de traditie van Ray, waarbij de liedjes voortkomen uit biografische gebeurtenissen. Tegelijk heeft dit verhaal een sterk politieke en psychologische lading. De film concentreert zich namelijk op een rottig, verzwegen hoofdstuk uit deze biografie: Gundi werkte in zijn jonge jaren jarenlang voor de Stasi als IM (Informele Mitarbeiter) – ofwel als klikspaan voor het regime. Toen hij beroemd was geworden, midden jaren negentig, kwam dit verleden weer naar boven, maar het koste hem veel moeite om het zich te herinneren of er verantwoordelijkheid voor te nemen. Om dat te vertellen springt de film heen en weer in de tijd, van de jaren zeventig naar na de Wende, van een jonge rebelse Gundi met lang blond peenhaar naar een rustiger Gundermann met z’n haar in een staartje. Die structuur maakt het mogelijk om veel verhalen te vertellen en ook de schaduwzijden van dit karakter te belichten, bijvoorbeeld hoe hij de vrouw van zijn eigen gitarist afpakte. Het beladen Stasi-verleden zelf blijft daarbij opvallend onderbelicht. En het temperament van de jonge punky communist Gundi valt niet steeds te rijmen met de songs die we horen.

In werkelijkheid werd Gerhard Gundermann wegens zijn opstandige brutaliteit al midden jaren tachtig uit de partij gezet EN ook door de Stasi ontslagen. Zijn oeuvre van oermelancholieke levenssongs stamt vooral van daarna – en zou best een reactie geweest kunnen zijn op zijn eigen verraad en onbezonnenheid. Zat er een omslag in dit leven, kwam hij halverwege de jaren tachtig tot een soort inkeer? Dat zou voor mij in elk geval de wijsheid en de pijn verklaren die in deze liederen zo vaak opduiken: het waren luikjes naar zijn eigen hart. Die persoonlijke ontwikkeling had de film wat mij betreft best meer mogen benadrukken.

Oké, het is een beetje gemiezemuis van een fan. Want er valt veel te genieten hier. Vooral dankzij hoofdrolspeler Alexander Scheer, een brutale acteur met Udo Lindenberg-uitstraling, die zelf alles zingt en ook gitaar speelt. De hele cast is sterk, de muziek klinkt erg goed. De aankleding is fraai en consequent lelijk met een enorm Ostgehalte, alsof ze in het DDR-museum gedraaid hebben. En dwars door alle muzikale en persoonlijke gebeurtenissen heen wordt weer eens voelbaar hoe onvrij het leven was in de communistische gevangenis die DDR heette. Daarover zijn de afgelopen tien jaar al veel sterke films (Das Leben der Anderen, Das schweigende Klassenzimmer) en tv-series (Der Turm, Honigfrauen) gemaakt, maar het onderwerp is nog niet uitgeput.

De allergrootste kwaliteit is natuurlijk dat de film bekendheid geeft aan deze muziek, die nu niet langer een geheimtipp zal blijven. En dat uit sommige scènes als een damp die zware, gedeelde Ost-weemoed opstijgt, zoals ik hem in Zum Gerücht heb leren kennen. In het voorprogramma van de premièreavond trad de band van regisseur Dresen op (goede zanger!) met dit repertoire; meteen rende een flink deel van het middelbare publiek naar voren om voor het podium mee te gaan zingen en dansen. Sommigen hadden tranen in de ogen. Vrijheid en troost, dat is de lading onder het werk van Gundermann.

 

* Steeds opnieuw groeit het gras, en hecht alle wonden
   Soms krachtig en soms zwak, net als jij en ik.     Uit: Gras (1992)
** Ik heb geen tijd meer, ik wacht niet meer op m’n beurt
    In de lange rijen waar je jezelf kunt verkopen.     Uit: Keine Zeit (1995)
*** Je bent in mijn hart binnengedrongen, als in een vervallen huis
     Hebt ramen en deuren wijd opengetrokken, het licht kan erin en eruit.    Uit: Linda (1993)

Gundermann van Andreas Dresen draait vanaf vandaag in de Duitse bioscoop