De volgende revolte ?

geplaatst in: Europa, Filosofie, Maatschappij, Politiek | 0

(9 juni 2018)  Moet er niet een nieuwe revolte komen? En dan vanuit de huidige jonge generatie? Deze vragen hingen, onuitgesproken en uitgesproken, als subtekst boven een discussiebijeenkomst in de Amsterdamse Balie, getiteld The spirit of ’68, onderdeel van de grote manifestatie Act for Democracy! over de toekomst van Europa. Alain Geismar, één van de voormannen van de Parijse mei-opstand van 1968, hield een lezing. De Nederlandse journalist Roel Janssen die er zelf bij was, schetste de context. En drie jonge denkers/activisten van nu gaven hun kijk op de staat van Europa en de noodzaak van protest, of zelfs van een revolte. Leeft de geest van ’68 voort in een volgende generatie?

Werd ik twee jaar geleden, bij de vorige Balie/Europa-manifestatie, nog vrij wanhopig van de ongerichtheid van een paneldiscussie, ditmaal was het gefocust en interessant. (En dan vergeet ik even de technische mankementen – licht, geluid, ondertiteling – die zich in een goed uitgeruste theaterzaal toch telkens voordeden.) Spannend, zo’n generatie-ontmoeting rond de steeds romantischer herinnering aan de dagen van de grote onvrede en de spontane jongerenopstand. Het bleek ook een lastige erfenis. Aanstichter Geismar deed nog zijn best om wat lucht uit de groots opgepompte ’68-ballon te laten ontsnappen – alles spontaan, direct, zonder vooropgezet plan of programma –  en Janssen wees terecht op de puur demografische achtergrond van de revolte – één op de drie mensen was toen jonger dan 22, ofwel: het moest wel uitbarsten – de grootsheid van ’68 als gebeurtenis werd er alleen maar door bevestigd. ‘1968’ lijkt een ijkpunt geworden, niet alleen in de westerse wereld, maar ook voor hedendaagse activisten. Dat heeft ook een bedrukkend effect, alsof een enorme oude olifant alle ruimte inneemt en elke nieuwe activiteit platdrukt.

Een paar zaken vielen mij op, die niet benoemd werden:

1) Het leek ineens zo dichtbij! Dat komt zeker ook doordat de zeventigers die de revolutie (mee)maakten er nog goed uitzien en er levendig over kunnen vertellen. En omdat er overvloedig beeldmateriaal van beschikbaar is. Maar de tijdskrimp is bedrieglijk. Vijftig jaar is een enorme tijd. Er waren decennia voor nodig om de verworvenheden van de revolte in de maatschappij op te nemen, tot normaliteit te laten worden, en weer een tegenreactie uit te lokken. Hier spraken eigenlijk grootvaders en kleinkinderen met elkaar, en tegelijk leek er van een generatiekloof geen sprake.

2) ’68 was allereerst een antiautoritaire opstand. Geismar noemde het een paar keer, zijn compaan Daniel Cohn-Bendit constateerde dat pas bij een terugblik in 1985, wat veel zegt over de volheid en het ongeprogrammeerde karakter van de revolte.* Als antiautoritaire hefboom is ze zeldzaam effectief gebleken. Het automatische gezag van de oudere generatie, de traditie en met name van de vaders werd van zijn voetstuk getrokken. Daar is het sindsdien niet op teruggekeerd. Volgende generaties zijn opgegroeid in een vergaand non-autoritaire, non-patriarchale samenleving en kennen het oude patroon niet meer uit eigen ervaring. Geen wonder dat ze niet te hoop lopen voor deze zelfde zaak, die is gewoon bevochten.

3) Door het een revolutie te noemen wordt de gebeurtenis automatisch gezien als iets politieks. Een putsch, een coup, iets dat normaal gesproken uitloopt op een machtswisseling, een andere regering,. Bij ’68 was daar geen sprake van, het leidde in het westen niet tot regime-wisselingen. Als politieke omwenteling was het een totale mislukking. Het was intussen wel degelijk een culturele revolte, die sluipend zijn werk deed in de decennia erna en volop slaagde. Ten tijde van Provo zei slechts vijftien procent van de Nederlanders sympathie te hebben voor hun gedachtegoed; dertig jaar later, aan het eind van de 20e eeuw beschouwde meer dan de helft zichzelf als antiautoritair!** Zo functioneert een geleidelijke, kruipende revolte. En ze krijgt ten slotte zelfs consequenties op politiek terrein.

4) Ik had de indruk dat de last van een politieke revolutie de nieuwe activisten bedrukte. Alsof zij nu aan de beurt waren om het hele systeem omver te gooien, waarachter steevast het grijnzende gezicht van het kapitalisme opduikt. Maar het kapitalistisch systeem werd ook geenszins verdreven door ’68, integendeel. Met allerlei aanpassingen beheerst het nog steeds onze levens. Met als gevolg bijvoorbeeld een eco-catastrofe die pas in de laatste decennia in volle omvang zichtbaar is geworden. Misschien is de omvang en ongenaakbaarheid van deze ‘systeemtegenstander’ (en is het wel een tegenstander?) wel de reden voor het pessimisme, dat de Belgische filosoof/journalist Thomas Decreus om zich heen zag bij jonge activisten. Tegelijk meende hij dat we eigenlijk nog niet pessimistisch genoeg zijn. Hij zag een mogelijke revolte eerder als het trekken aan de maatschappelijke noodrem,  als het stellen van de vraag ‘hoe moeten we overleven?’ Maar zonder veel hoop op daadwerkelijke verbetering.

5) De vooruitzichten voor een nieuwe revolte werden niet hoog ingeschat. Boven de wat gedempte discussie kwam de suggestie te hangen dat een revolte een meerderheidsgebeurtenis zou moeten zijn om hem te laten slagen. Zijn we soms zo beïnvloed door het kijkcijferdenken dat we ons alleen nog massale bewegingen als echt ingrijpend kunnen voorstellen? Vrijwel alle historische revoluties waren minderheidsgebeurtenissen, soms zelfs van een piepkleine minderheid, die pas gaandeweg weerklank vonden. Zie Parijs, zie Lenin cs, zie de cijfers over Provo hierboven. Juist een kleine actieve groep kan het verschil maken.

6) Mij sprak de Zwitserse activiste Flavia Kleiner het meest aan, qua voorbeeld en qua analyse. Met Operation Liberal voerde ze actie tegen referenda die de vrijheden wilden inperken. Kernachtig schetste ze het verschil met de generatie van ’68: ‘die vocht vóór vrijheden, nu moeten wij die vrijheden verdedigen’. Dat doet zij door te wijzen op de verworvenheden van de grondwet. Kleiner voelt zich dus deels een conservatief, zei ze opgewekt.

Daarmee raakte ze mijns inziens aan een grote waarheid, die als tweede olifant in deze kamer staat: een ‘links’ dat zijn veranderingsplannen weet te verwezenlijken (bijvoorbeeld het legaliseren van abortus, om maar iets te noemen), wordt daarna noodzakelijk ‘rechts’, in die zin, dat het deze verworvenheden gaat verdedigen. Althans, dat zou het moeten doen. Maar omdat links als label staat voor ‘progressief’ en ‘verandering’ gaat dit wringen in het zelfbewustzijn. Links en conservatief, dat gaat toch niet samen? En zo laat voormalig links het verdedigen van sociaalliberale verworvenheden over aan andere partijen, en verliest, steeds op zoek naar nieuwe progressieve uitdagingen, gaandeweg zijn herkenbare profiel. Niets daarvan was overigens te bespeuren bij Flavia Kleiner, de opgewekte grondwetsverdediger, die zich ook in haar methodes een toonbeeld toonde van een open optimisme. De labels links en rechts zitten ons regelmatig dwars in de politieke discussie, door hun suggestie van een statische wereld.

6) De grootste olifant in deze kamer (erg vol daar) bleef ongenoemd: de nieuwe revolte is namelijk al bezig, voor onze ogen, as we speak. Het is de tegenrevolte van het nationaalconservatisme, die meestal wordt aangeduid met een onhandige, versluierende term: populisme. Tegen Europa en de Euro, tegen immigratie, vóór de oude vertrouwde nationale grenzen en de ‘vertrouwde’ wereld van toen. En soms zelfs voor een terugkeer naar good old autoritaire verhoudingen. Dit is de revolte die in vele landen plaatsvindt en nog steeds aan momentum wint. Het is ook – bijvoorbeeld bij Pegida in Dresden – een revolte van ouderen, gepensioneerden, van de leeftijd die we vroeger ‘bejaard’ noemden. Vreemd? Zowel in Duitsland als Nederland is meer dan de helft van de bevolking tegenwoordig ouder dan veertig. Wat ooit een pyramide was lijkt nu meer op een dikke pot met een breed deksel er op, dan wel een rechtopstaande gitaar. Het aandeel van 65-plussers is nog steeds groeiend.*** Demografie blijkt, alweer, een belangrijke aanstichter van revolte.

Copyright foto: Balie tv. Vlnr Thomas Decreus, Alicja Gescinska, Roel Janssen, Alain Geismar, Flavia Kleiner
* Zie Daniel Cohn-Bendit Wir haben sie so geliebt, die Revolution (1987) en mijn boek Wat is er mis met gezag? Hst 4
** Onderzoek van Scheepers en Te Grotenhuis ‘Tanend gezag van autoriteiten in een individualiserende samenleving’ (2000)
*** http://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Population_structure_and_ageing/nl of
https://www.populationpyramid.net/nl/duitsland/2017/