Appels en peren

geplaatst in: Filosofie, Maatschappij, Taal | 0

(In de serie: Aangenomen onwaarheden en rare uitdrukkingen)

 

(2 feb 2018) Je kan ze niet met elkaar vergelijken. Tenminste, dat zegt men. Het is een staande uitdrukking van onze tijd. ‘Dat is appels met peren vergelijken’. Of: ‘Dat zijn appels en peren natuurlijk…’. Eindeloos vaak wordt dit herhaald. Bij een uitverkiezing, bijvoorbeeld die van de sportman van het jaar. Of bij de uitreiking van de Musical Awards (‘Prijzen’ klinkt zo gewoon). In feite hoor je het bij elke (niet-sport) wedstrijd op televisie waar verschillende mensen met elkaar in competitie gaan. Een zangcompetitie bijvoorbeeld. De jury heeft het dan steevast ‘ontzettend moeilijk’ en ziet zich voor een ‘bijna onmogelijke taak’ gesteld, namelijk om een keuze te maken. Dan worden snel de appels en peren tevoorschijn gehaald ter illustratie van de benarde situatie en om nog eens te benadrukken hoe lastig, ja, onmogelijk en onrechtvaardig zo’n keuze eigenlijk is. Het zijn namelijk appels en peren! Dat het hier gewoon om een wedstrijd gaat, waar de deelnemers uit vrije wil aan mee doen en dat zij donders goed weten dat er uiteindelijk ééntje wint en de rest dus niet – dat moet worden verborgen onder verhullend taalgebruik. Want verliezen dat kan nauwelijks nog verbaal getolereerd worden in onze schijn-egalitaire maatschappij. Winnen is mooi, maar verliezen bestaat niet; dan zijn er appels met peren vergeleken, en trouwens, de keuze was toch al ontzettend moeilijk, en ‘iedereen die hier staat is eigenlijk een winnaar’.

Zeker, natuurlijk. Warm gesproken, en met een sociaal hart. Maar laat die appels en peren er toch buiten.

Want die twee zijn juist prima te vergelijken. Zie de plaatjes hierboven. Een vergelijking trekken is iets anders dan zaken aan elkaar gelijk stellen. Appel en peer zijn beide vruchten die aan bomen groeien, eetbaar zijn en allerlei biologische overeenkomsten hebben. En ook een duidelijk verschil, qua uiterlijk en qua smaak. Dat weten we pas door ze naast elkaar te zetten en ze met elkaar te vergelijken, een heel nuttig basismechanisme van ons kenvermogen, Sterker nog: dat vergelijken doen we ook als we bij de groenteboer uitkiezen wat we zullen kopen, of als we bij een goedgevulde  fruitschaal overwegen welke vrucht we in onze mond zullen steken. Om een keuze te maken moeten we wel vergelijken.

Maar we kunnen appels ook goed vergelijken met aardbeien. Dan vallen al meer verschillen op. Of met een biefstuk. (Overeenkomst: beide zijn eetbaar.) Dan wel met een wandelstok. (Ze hebben allebei een prijs in de winkel. Vraag: hoeveel appels koop je voor één wandelstok?) En tenslotte zouden we de arme appel zelfs kunnen vergelijken met Donald Trump. (Noem tenminste één overeenkomst en drie verschillen.) Dit zijn nuttige en leuke oefeningen voor kinderen op de basisschool en ze vormen ook de basis voor een heel leger aan cabaretgrappen.

Om het nog maar eens bot en duidelijk te zeggen: we kunnen alles met alles vergelijken. Want een vergelijking is geen gelijkenis. Het wil niet zeggen dat er een = teken (is gelijkteken) tussen de beide onderdelen staat. Dat is bij wiskundige vergelijkingen het geval, maar in een gewone vergelijking zijn de elementen juist ongelijk. We zullen bij nuchtere bestudering verschillen en overeenkomsten ontdekken. Onze vermogens van abstractie, indeling en categorisering stellen ons hiertoe in staat. De filosoof Kant heeft die kenvermogens van zintuigen en verstand virtuoos en uitputtend in kaart gebracht, maar we hoeven de bouwtekening niet te kennen om van beide gebruik te maken. En dat doen we dan ook voortdurend. Populair gezegd luidt ons motto: kijk en vergelijk! En daarna: kies!

Dat kiezen is natuurlijk het echte pijnpunt, waar dan de verkeerde uitdrukking overheen wordt gelegd als een schaamlapje, een doekje voor het bloeden. Want sociaal kiezen brengt een groot gevaar met zich mee. We zeggen niet graag dat de éne zanger beter is dan de ander, hooguit dat het ‘dit keer in mijn oren nou ja… dat ik daar net iets meer mee heb, maar dat is puur mijn mening’. We hebben het er in onze tijd moeilijk mee om de ene mens in welk opzicht dan ook ‘beter’ te noemen dan de andere, want dan is men immers niet meer allemaal gelijk. En gelijkheid is het heersende ideaal. Dus wordt de keuze zelf gerelativeerd door er appels en peren van te maken, die elk hun eigenheid kunnen behouden en daarin weer helemaal gelijk zijn. Opvallend genoeg blijft er van deze sociaalculturele terughoudendheid weinig over zodra het om sport gaat. Daar is het idee van de wedstrijd, met bijbehorende rangorde en ongelijkheid nog een vanzelfsprekend fenomeen. Het zal mij benieuwen hoe lang het duurt voor het instituut van de prijs zelf frontaal zal worden aangevallen in de zucht naar alomvattende gelijkheid.

Maar wedstrijden en prijzen zijn leuk en nodig, óók op cultureel gebied. Het is een spel dat we met elkaar spelen, hoe onrechtvaardig het soms ook uitpakt. Dus moeten we vergelijken en kiezen. Dat is meestal juist geen keuze tussen appels en peren, want zangers of actrices-in-een-bijrol zijn weliswaar heel verschillend maar vallen toch binnen dezelfde categorie. Maar ook als de keuze tussen categorieën gaat kan er nog gekozen worden. Recht tegen de modern-egalitaire correctheid in roep ik daarom voor zulke wedstrijden op tot een schaamteloos vergelijken en een openlijk kiezen zonder excuses. En als er weer eens een jurylid jammert over het feit dat hij met appels en peren te maken heeft, past er maar één antwoord: so what? Nou en? Als je niet wilt kiezen, get out of the jury.