DUITSE BERICHTEN 10 – Pegida revisited

geplaatst in: Duitsland, Maatschappij, Politiek | 1
Pegida: vlaggen
Herz statt Hetze: geen vlaggen

 

 

 

 

 

 

 

 

(31 okt 2017) ‘Das ist doch Volksverhetzung’, zegt een hippe jongeman met een buitenlands uiterlijk opgewekt tegen zijn vrienden, ’kom, we gaan wat dichterbij’. Ze steken de straat over naar het grote Theaterplein, waar enige duizenden mensen achter dranghekken bij elkaar staan om de 3e verjaardag van Pegida te vieren. Lachend pakken ze hun smartphones om foto’s van de massa te maken. Het tekent de sfeer op deze koude herfstmiddag in het centrum van Dresden. Alles rond protestbeweging Pegida is ritueel geworden, ook het tegenprotest. Het directe gevaar lijkt er af.

Drie jaar geleden volgde ik de stormachtige opkomst van deze straatbeweging. Toen stonden op dit plein vijfentwintigduizend boze mensen Wir sind das Volk! te brullen, opgezweept door een schreeuwende stem uit een maximaal opengedraaide geluidsinstallatie. Nu werken microfoon en luidsprekers niet eens. Een paar duizend dik ingepakte mensen staan wat doelloos bijeen, tot een man het ruiterstandbeeld beklimt en dan maar met luide stem zijn verjaardagstoespraak schreeuwt. Het concept van de human microphone dat bij de Occupy-beweging opgang maakte – de grote groep herhaalt luid elke zin van de onversterkte spreker – is hier nog niet doorgedrongen. Later krijgt de spreker een megafoon, maar het wordt er niet minder klungelig op.

Zo kan het gebeuren dat een vrij kleine groep in het zwart geklede antifa (antifascisten) vanaf de overkant van de straat met hun spreekkoren en fluitjes regelmatig de pleinmanifestatie overstemmen: ‘Pegida, Rattenpack, wir haben euch zum Kotzen satt!’ Dat riepen ze ook al bij de allereerste tegendemo in december 2014, waar ik zelf aan meedeed en waar mijn belangstelling gewekt werd voor het toen nieuwe fenomeen Pegida (letterlijk: Patriottische Europeanen tegen de Islamisering van het Avondland). Niet omdat het me inhoudelijk ook maar enigszins aansprak, maar omdat ik de veelgehoorde, automatische reactie ‘het zijn allemaal nazi’s’ ontoereikend vond en eigenlijk een getuigenis van ‘linkse’ gedachtenarmoede. En wat als het nu eens geen nazi’s zijn, maar mensen met denkbeelden waar je hoognodig een antwoord op moet formuleren? Het werd het uitgangspunt voor het journalistiek-filosofische boek De kwestie Pegida, waarin ik opkomst en neergang van de straatbeweging van dichtbij volgde èn er een antwoord op formuleerde. Voor wie het wil nalezen, het ligt in de boekhandel.

Destijds moest ik hier door een cordon agenten in volle gevechtsuitrusting laveren om te ervaren hoe het is om tussen een brullende massa ontevreden middelbare en oudere mannen te staan luisteren naar blikkerig geschreeuw. Die massaliteit is er al lang af. In weerwil van de grote naam die Pegida nationaal en internationaal heeft, gaat het al lang om een vrij kleine groepering. De beweging die eind 2014 zich nog elke maandagavond in omvang verdubbelde, stortte al een maand later ineen. Toen de openlijk racistische uitingen van oprichter Bachmann bekend werden (hij is er intussen voor veroordeeld) leidde dat tot ruzie, scheuring in het ‘bestuur’, maar vooral tot een dramatische vermindering van de toeloop. Verreweg de meesten kozen ervoor om niet achter dit racisme aan te blijven lopen. De aanhang duikelde spontaan omlaag tot een paar duizend man en sindsdien is ze op dat niveau gebleven, met een enkele uitschieter naar boven. Hun hardnekkigheid is enorm, dat wel.

Ook nu is hier ruimschoots politie aanwezig, maar ditmaal staan ze er rustig bij. Voor- en tegenstanders staan keurig aan twee kanten van een brede straat en van beide kanten wordt geen enkele poging gedaan tot bestorming of fysiek geweld. Dat moet je ze allebei nageven. De provocatie is puur verbaal. Een bijzonder moment komt als de antifa zo luid “Houd jullie koppen” schreeuwt dat geïrriteerde Pegida-aanhangers terug gaan schreeuwen: Nazi’s raus! Want ze zijn niet van plan om zichzelf voor nazi’s uit te laten maken. Maar die leus wordt prompt overgenomen door de antifa, het is hún leus. En eventjes roepen ze dan van twee kanten hetzelfde, en lijken zelfs plezier te hebben in de diepe ironie van het moment.

Tegendemonstraties zijn georganiseerd op zes plekken in de Dresdense binnenstad, maar ze trekken lang niet allemaal bezoekers. Als ze ten slotte bijeenkomen op de Neumarkt, hemelsbreed een paar honderd meter verderop, blijkt het aantal aanwezigen vrijwel gelijk aan dat bij Pegida. De hele kwestie is voor de lokale media al lang een zaak geworden van bezoekersaantallen – hoeveel aan die kant? hoeveel aan de andere? – en de geruststelling die daar van uit lijkt te gaan.

Maar de schijn is bedrieglijk. De onvrede van de straat is intussen overgenomen door de politieke partij Alternative für Deutschland, zoals ik destijds al voorspelde. Die AfD zat al in het Sachsische parlement en is recent ook doorgedrongen tot de Bundestag, met 13 procent van de Duitse stemmen. Op de tegendemo zijn veel bordjes te zien met de simpele mededeling 87%, als om eraan te herinneren dat een overgrote meerderheid nog steeds niet ultrarechts stemt. Klopt, maar juist voor Sachsen liggen de cijfers anders: hier was meer dan een kwart van de stemmen voor de AfD, waarmee het virtueel bijna de grootste partij van de deelstaat is. Dat is nog steeds een minderheid, maar wel een hele grote. Als gevolg van deze uitslag is de lang zittende CDU minister-president, Tillich, afgetreden. Velen kijken bezorgd vooruit naar de lokale verkiezingen over twee jaar en vrezen dat de AfD wel eens de grootste partij kan worden. De trend in naburig Midden-Europa stemt niet optimistisch, getuige recente verkiezingen in Tsjechië en Oostenrijk. Het Pegida-sentiment lijkt niet op de terugweg, integendeel.

De onvrede van de minderheid – niet alleen over de vermeende islamisering en het vluchtelingenbeleid, maar ook over Europa en zeker ook over de achterstelling van voormalig Oost-Duitsland sinds de hereniging – is politiek geworden en heeft zich gevestigd. ‘We moeten deze mensen terugwinnen, niet voor de democratie, maar voor het idee van pluriformiteit’ zegt Frank Richter, voormalig leider van het politieke vormingsinstituut en nog steeds de helderste en verstandigste stem die zich hier laat horen. Hij heeft gelijk: het echte strijdpunt is niet democratie of vrijheid, maar pluralisme als samenlevingsmodel. Er tegenover staat een nostalgie naar de veiligheid van een ‘zuiverder’, nationale wereld; een fictie die nooit bestaan heeft, maar wel lééft.

Daarom komt op deze zaterdagmiddag het hele demo-gebeuren me voor als niet meer dan een rituele dans. De toespraken van de tegendemonstratie zijn goedbedoeld, maar eigenlijk overbodig. Alle gesproken woorden bevestigen alleen maar de tegenstelling die iedereen al kent, en blazen die nog verder op. Natuurlijk is het belangrijk om partij te kiezen, Gesicht zeigen heet dat hier. Maar een terugwinnen van wie dan ook gaat zo niet gebeuren. Voor zo’n terugwinnen moeten bruggen worden geslagen en geen kloven. De vooruitzichten daarop zijn niet best. Zelfs Richter heeft zijn werk in die richting opgegeven, na een overvloed aan bedreigingen. Het geloof in pluralisme lijkt af te nemen. De remedie van het schetsen van een gemeenschappelijke bodem (nazi’s raus!), zoals ik in het boek voorstel, wordt nergens toegepast. Dan blijft alleen nog het praktische integratiewerk over, kleinschalig en op de vierkante meter, als concrete bijdrage om een totale polarisatie te voorkomen. Over het spookbeeld van samenwerking met populisten schrijf ik een volgende keer.

 

Jurriën Rood De kwestie Pegida (2016) ISVW, Leusden
© Foto links: MDR/Wolfram Nagel. Rechts: Jurriën Rood

Een Antwoord

  1. Alfred van Cleef

    Mooi stuk! Vrolijk word ik er niet van, maar het is fijn om juist vanuit Dresden jouw interessante bespiegelingen en observaties te ontvangen. Dank je wel!