DUITSE BERICHTEN – 3. Twee verschillen met toen

geplaatst in: Duitsland, Filosofie, Maatschappij, Politiek | 0

Weimar

(8 mrt 2017)  ‘Het is toch duidelijk’, zegt de man voor me die zich in het voorgaande uur in stilte heeft zitten opwinden: ‘de jaren dertig zijn terug. We moeten handelen voor het te laat is!’ We zijn in Dresden, bij een politieke discussie. Die gaat eigenlijk over de opkomst van autocratie in het buitenland (Turkije, Rusland), maar wordt door de aanwezigen consequent teruggebogen naar het oprukkende nationaalconservatisme in eigen land en eigen stad, naar de opkomst van Pegida en de AfD. De man voor me is een echte Saks, compleet met het accent dat soms zo moeilijk te verstaan is, en zo te horen een socialist of communist van de oude stempel. Tijdens de inleidingen heeft hij zijn ongeduld weten te beheersen, maar zodra de discussie wordt geopend barst het naar buiten: wat hem hoog zit is het dreigende gevaar van extreem rechts, en of je dat nu populisme of nationaalconservatisme noemt maakt niets uit, want in wezen gaat het om hetzelfde: de nazi’s willen opnieuw de macht grijpen, net als in de jaren dertig van de vorige eeuw. Hij snapt niet dat niet iedereen begrijpt dat dit het enige agendapunt van de bijeenkomst hoort te zijn en zal in de resterende tijd de urgentie ervan nog vele malen benadrukken.

De jaren dertig zijn terug, de wederopstanding van het fascisme (al dan niet in een verkapte moderne vorm) staat voor de deur. En dat in het land waar het allemaal al eens gebeurd is. De man staat bepaald niet alleen met deze dreigende voorspelling. Je zou kunnen zeggen dat de openbare politieke discussie in Duitsland altijd mede gestuurd wordt door de angst voor een terugkeer van het verleden. Het spookbeeld van het Derde Rijk hangt steeds in een hoekje bij de bespreking van beladen politieke onderwerpen. En dat is maar goed ook. Het is terecht en begrijpelijk dat dit land en zijn bevolking willen blijven leren van de enorme fouten van het verleden. Alleen deel ik de praktische inschatting van de man vóór mij niet. Ik geloof helemaal niet dat in het Duitsland van nu een doorbraak van het fascisme voor de deur staat.

Waarom eigenlijk niet? Lezend over de Weimar republiek, begonnen in 1919 en geëindigd met Hitlers machtsovername in 1933, zijn het eerder de verschillen die opvallen dan de overeenkomsten. Goed, ook nu staan er soms leiders op met waanideeën, en worden af en toe weerzinwekkende uitspraken gedaan. En natuurlijk maakt de groei van de AfD wantrouwig. Maar het bereiken van macht, laat staan van een alleenheerschappij, lijkt voor deze groeperingen erg ver weg. Bij nadere vergelijking met Weimar vallen twee historische omstandigheden op, die destijds beslissend hebben bijgedragen aan het realiseren van de machtspositie van de nazi’s. Het lijken me essentiële verschilpunten.

Ten eerste de massale werkloosheid. In het Weimar van de jaren twintig waren de nazi’s nog een factor van weinig betekenis. De aanhang was klein, bij de verkiezingen van 1928 haalde de NSDAP slechts 2½ procent. Dat veranderde pas toen de gevolgen van de beurscrash van 1929 in Duitsland voelbaar werden. De economie, opgebouwd met veel Amerikaans geld, stortte totaal in en twee jaar later was een derde van de Duitse beroepsbevolking werkloos. Ineens was een enorme groep voor het overleven aangewezen op gaarkeukens en een schraal sociaal systeem. Het jaar 1932 telde 30.000 faillissementen en 17.000 zelfmoorden. Onder die omstandigheden groeide de nazipartij als kool, met haar beloften van nieuwe werkgelegenheid en het stoppen van de herstelbetalingen. In 1930 haalde ze 18 procent, in 1932 werd ze met 33 procent de grootste. Geen meerderheid, wel een breed draagvlak. Kort erna zette een inmiddels tot kanselier benoemde Hitler het parlement buitenspel en was de dictatuur een feit. Zonder de massawerkloosheid was het überhaupt niet zover gekomen. (Let wel: de werkloosheid dient hier niet als excuus voor de keuze die veel Duitsers gemaakt hebben, maar puur ter contrast met de huidige situatie).

Ten tweede hadden de nazi’s hun eigen bewapende militie, een punt dat in terugblikken vaak wordt gebagatelliseerd. Al vanaf de oprichting bezat de NSDAP in de SA zijn eigen ‘stoottroep’, slechts kortstondig verboden na de mislukte putsch van München 1923, maar snel heropgericht en nog versterkt door de SS. Deze milities werd niets in de weg gelegd. (Ook de linkse KPD had een eigen knokploeg) Dat wil zeggen dat ze regelmatig parades konden houden: een paar honderd geüniformeerde fanatiekelingen met wapens lopend over straat. Je kan het je nauwelijks voorstellen in het kader van een parlementaire democratie, wat Duitsland was, maar dit was de realiteit. En de milities lieten het niet bij stoer paraderen, de wapens werden gebruikt: al rondom 1930 werden in Berlijn met enige regelmaat nazi-tegenstanders uit hun huis gehaald en vermoord. Het wordt beschreven in de dagboeken van publicist Sebastian Haffner, die een goed beeld oproepen van de sfeer van angst en terreur die toen al heerste in de straten van de hoofdstad. De SA telde op dat moment zo’n honderdduizend (!) leden, een waar privéleger. Natuurlijk tekent het de bestuurlijke zwakte van Weimar dat er niet tegen werd opgetreden. Het is alsof je een terreurgroep officieel toestaat. Dan hoeft het ook niet te verbazen dat er maar weinig protest klinkt bij de bevolking. Het lichaam gaat nu eenmaal voor de geest en mooie woorden over democratie en tolerantie werken alleen als ze berusten op de garantie van geweldloosheid en een functionerende rechtsstaat. Waar bewapende burgerorganisaties zijn toegestaan geldt het recht van de sterkste en heerst de angst.

Deze twee factoren, die doorslaggevend lijken voor de machtsgreep van het Duitse fascisme in de jaren dertig, zijn tachtig jaar later vooralsnog afwezig. Integendeel, de Duitse economie gaat goed, de werkloosheid is historisch laag en tegen een openbare militie zal worden opgetreden. (Wat weer niet wil zeggen dat alle terreurdaden worden voorkomen). So far, so good. Maar het signaleren van de verschilpunten is niet alleen bedoeld als middeltje ter geruststelling. De twee factoren kunnen ook goed gebruikt worden als verklikkers; als kanaries in de kolenmijn verraden ze wanneer het levensgevaarlijk wordt. Massawerkloosheid en bewapende burgermilities, ofwel honger en geweld in combinatie, zijn aankondigers van oorlog en moordpartijen.

 

Geo Epoche  Die Weimarer Republik (2007)
Sebastian Haffner  Het Verhaal Van Een Duitser, 1914-1933