DUITSE BERICHTEN – 2. Schuld, schaamte en populisme

geplaatst in: Duitsland, Filosofie, Maatschappij, Politiek | 0

holocaust-mahnmal-100

(3 maart 2017) “Duitse monumenten lijken niet op die in andere landen. Ik ken geen ander land ter wereld dat in het hart van zijn eigen hoofdstad monumenten opricht tot eigen schaamte.”

Zo schrijft de Engelsman Neil MacGregor in Germany, een originele en erg leesbare geschiedenis van Duitsland, vanuit onverwachte perspectieven. Zoals de honderden verschillende Duitse soorten worst.* Of de bijzondere monumenten die in het moderne Duitsland zijn verrezen na de rampzalige wereldoorlogen van de vorige eeuw. Met als bekendste voorbeeld het grote Holocaustmonument midden in Berlijn, waar een woud van hoge en lagere donkere betonblokken een bijzondere ervaring biedt voor iedereen die erdoorheen loopt.

Zo heel vanzelfsprekend is het niet dat een land zijn eigen oorlogsmisdaden herdenkt, in schaamte. Het is lastig een internationaal equivalent te bedenken voor zulke pijnlijke zelfherinnering. In Amsterdam-Zuid werd het Van Heutsz-monument, prollerig misplaatst gedenkteken voor een koloniale militair, na jarenlange protesten omgevormd tot het algemenere ‘monument Indië-Nederland’. Maar een gedenkplaats voor de Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië? Of in België een herinnering aan de miljoenen doden van de kolonialisering van Congo? Die zullen nog wel even op zich laten wachten. Vrijwel elk land kent opschepperig krijgshaftige monumenten voor zijn militairen, vrijwel geen enkel land wil zich openbaar en openlijk schamen. Duitsland wel. Dat heeft natuurlijk een goede reden, en ook een duidelijk doel: deze monumenten ‘zijn er niet alleen om het verleden te herinneren, maar (..) om zeker te stellen dat de toekomst anders zal zijn’, schrijft MacGregor trefzeker.

Precies dit maakt het moderne Duitsland zo bijzonder: dat duidelijk en openbaar rekenschap afgelegd wordt van een zwaar beladen verleden. Inmiddels door een bevolking die er zelf geen verantwoordelijkheid voor droeg en waarvan het overgrote deel de oorlogsjaren niet eens heeft meegemaakt. Een ‘morele last’ drukt op de Duitse natie, meent de bekende historicus Christopher Clark, ‘maar wat opvalt sinds 1945 is hoezeer dit is geaccepteerd, hoezeer de schuld is geïnternaliseerd en deel is geworden van de Duitse identiteit’.**

Des te begrijpelijker is de enorme opschudding na de recente redevoering van AfD-politicus Björn Höcke, waarvoor hij het toch al roerige Dresden had uitgekozen. Höcke, rechtsnationalistische scherpslijper en provocateur, herhaalde daarin vrijwel letterlijk de zin van MacGregor: “Ik ken geen ander land etcetera”. (Had hij het boek net gelezen?) Alleen sprak hij, expres, over een monument van schande. Het zijn maar een paar letters, maar een wereld van verschil. Met de suggestie dat het een schande is om zich op deze manier openbaar te schamen. Of zelfs een schande om de Holocaust te gedenken. En in een moeite door pleitte de oud-geschiedenisleraar voor een herziening van de hele herinneringscultuur: Duitsland moest weer trots kunnen zijn op zijn eigen verleden. U leest het goed. Een zaal vol jonge AfD-aanhangers brulde het uit van enthousiasme.

Tot zover de volgende in een serie ellendige voorvallen waarmee mijn woonplaats Dresden tegenwoordig het nieuws haalt. Wat mij opviel was wat er daarna gebeurde. En dan bedoel ik niet dat heel Duitsland spontaan over Höcke heen viel, ook niet dat de rechtsnationalistische AfD – toch niet bepaald een subtiele politieke partij – hem het lidmaatschap wil ontzeggen en zelfs niet dat de man met enkele weken vertraging (eerst kijken of de proefballon toch succes zou krijgen) zijn excuses aanbood. Het echt verrassende was dat de publieke aanhang van de populistische AfD sindsdien in de peilingen behoorlijk is teruggelopen. Alsof een flink deel van de Wutbürger, met hun inmiddels bekende hekel aan de (zittende en/of linkse) politiek, de elites en de journalistiek en hun verlangen naar een radicaal schoon politiek schip, deze vorm van radicaliteit toch te ver vinden gaan. Daar willen ze niet meer bij horen. Ook voor hen is er een grens. De schaamte moet blijven.

Het doet op zijn beurt denken aan wat twee jaar geleden in Dresden gebeurde met de straatbeweging Pegida, geleid door  een andere rechtsnationalist, Lutz Bachmann. Toen bekend werd dat Bachmann asielzoekers had uitgemaakt voor ‘tuig’ en ‘vuilnis’ brak niet alleen de beweging uit elkaar en kreeg hij een rechtszaak aan zijn broek (hij is veroordeeld), het belangrijkste effect was dat de straataanhang van Pegida in één klap ineen stortte: die ging van vijfentwintigduizend terug naar zo’n drie á vierduizend. Spontaan. Zonder debatten of overlegrondes besloot de overgrote meerderheid van de vaak gepensioneerde demonstranten hier niet meer aan mee te doen. En met een enkele uitzondering is de straataanhang sindsdien op dat lage peil blijven steken. Al lang niet meer te vergelijken met de grote, groeiende massa die in de eerste maanden op de been gebracht werd.

Het is een feit dat weinig aandacht heeft gekregen in de berichtgeving over Pegida, die liever alarmerend wil zijn. Ik wil daarmee niet suggereren dat er eigenlijk weinig onvrede bestaat of dat het allemaal wel meevalt met het populisme. De anti-vluchtelingen- en anti-Europagevoelens spelen hier precies zo als in de meeste andere Europese landen. Maar in het geval van Duitsland ontwaakt dan meteen het spook van het verleden: de nazi’s, het derde Rijk en het fascisme bereiden hun comeback voor, zo is de suggestie. En dat klopt niet. Er bestaat zeker extreem nationaalconservatisme, dat de ergste associaties oproept. Maar dat betreft een kleine groep. Voor de overgrote meerderheid geldt dat de geïnternaliseerde schuld en schaamte, waar Clark over spreekt, inderdaad deel zijn geworden van de eigen identiteit. En daarmee is die identiteit zelf ingrijpend veranderd. Precies hierom heb ik vertrouwen in Duitsland, èn in Dresden, en vind de in Nederland gangbaar geworden schaamteloosheid er soms schraal bij afsteken.

 

* Germany, memories of a nation – Neil MacGregor  (2014)
Het ‘Denkmal für die ermordeten Juden Europas’ is een ontwerp van de Amerikaanse architect Peter Eisenman
** Cristopher Clark, geciteerd door MacGregor, mijn nadruk.
AfD: Alternative für Deutschland