Het koningslied en de volkswoede (april 2013)

geplaatst in: Filosofie, Muziek | 0

Waarom werd het Koningslied niet bekritiseerd, maar met de grond gelijk gemaakt? Twee hypothesen.

  1. Mondigheid omdat het moet.

Lang geleden waren we niet mondig, maar stil en gehoorzaam. Toen kwam de antiautoritaire revolte met zijn roep om inspraak en medezeggenschap. En we zijn mondig geworden. Het wachten was nog op een medium om die mondigheid te verspreiden. Dat werd het internet, waar je bovendien anoniem mondig kunt zijn. Sindsdien is er geen houden meer aan. De meningen waren er altijd al, maar vroeger bleven ze binnenskamers, of beperkt tot het café. Nu staan ze afgedrukt op een scherm(pje). Dat moet de reden zijn dat de officiële media – televisie, radio, en krant – deze meningen zoveel serieuzer nemen dan hun voorgangers uit het pre-internettijdperk. Weg met het Koningslied!

We zijn van een mondigheid-omdat-het-kan terecht gekomen in een mondigheid omdat het moet. En de media hebben zelf het voorbeeld gegeven bij de ongeremde meningsuiting. De non-expert die over alles een mening heeft is er heel normaal. Laten we dit het Jan Mulder-syndroom noemen. Ooit was het verfrissend, als reactie op een stoet van commentariërende experts. Inmiddels is het verstikkend. En die experts werden tenminste nog gerelativeerd door de satires van van Kooten en de Bie. De non-experts van nu kunnen ze helaas niet meer wegparodiëren. Weg met het Koningslied, nu!

Het gebeurt allemaal onder de vlag van ‘democratie’ en ‘vrijheid van meningsuiting’. Maar zelden klinkt er een gematigde stem in dit koor van schreeuwers. Is er nog iemand die het voorbeeld kan en wil geven van gelatenheid, humor, tolerantie? Een dwaas lied voor een nieuwe koning? – láát ze toch. Als je niet wilt meezingen, niemand houdt je tegen. Alsof we ons niet regelmatig met dwaze liedjes laten vertegenwoordigen op het songfestival. Alsof ons volkslied zelf niet vol absurde teksten zit, waar je toch dwars overheen zingt (als je al meezingt). Zo tegenstrijdig kan het toegaan in een vrij land. Maar nee, dat lied moet weg en stuk en kapot.

Wat filosofischer uitgedrukt: het idee dat democratie betekent dat je je vrije meningsuiting gebruikt om andere meningen (of liederen) de kop in te drukken – is een misverstand. Een echte, tolerante democratie houdt in dat je met Voltaire kunt zeggen: “Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot de dood toe verdedigen.” Daar zijn we ver van verwijderd.

  1. Macht omdat het kan.

De wereld is wil tot macht, schreef Nietzsche. De mens is in wezen niets anders dan vleesgeworden machtswil, volgens de Duitse filosoof. Achter het onschuldige uiterlijk van een internethype schuilt een minder onschuldige aandrift. De Duitse socioloog Weber definieerde macht eens als ‘de mogelijkheid om een ander te beïnvloeden, ook tegen diens wil’. Zulk beïnvloeden kan op veel manieren. Een nieuwe vorm is de macht door optelling van vaak anonieme internetmeningen. Ook daarmee worden reëele veranderingen in de werkelijkheid bereikt (het terugtrekken van een lied), waarbij de oude media vaak als tussenschakel dienen. Machtsuitoefening dus. Zo zien we de macht opschuiven. Van de (gekozen) politici naar de (niet-gekozen) media, en verder door naar het volk zelf. Mooi toch? Alle macht aan het volk, riepen we vroeger. Maar dit is slechts het luidruchtigste deel, vaak verborgen achter een schuilnaam. Dat is géén democratie, dat is het soort macht waar democratie eigenlijk een weermiddel tegen was.